BOR

De fiscale voordelen van een schenking of vererving van aandelenbelangen

De Hoge Raad heeft op 22 april 2016 een belangrijke uitspraak gedaan over de toepassing van de BOR (bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf- en schenkbelasting). De toepassing van de BOR levert zeer gunstige belastingvrijstellingen op. Ben jij ondernemer en geïnteresseerd in belastingregelingen met betrekking tot erven en schenken? Lees dan verder.

De BOR

De BOR kan worden toegepast als de erflater een (direct) aandelenbelang van >5% in een (holding-)BV mét ondernemingsvermogen had. Er zijn dus twee vereisten:

  • De BV moet ondernemingsvermogen hebben.
  • De erflater moet een aandelenbelang van >5% in die BV hebben.

Belangrijk is dus om eerst te bepalen of de (holding-)BV zelf ondernemingsvermogen heeft. Is dat het geval dan mag – onder voorwaarden – ook het ondernemingsvermogen van andere vennootschappen aan het vermogen van die holding-BV worden toegerekend. De BOR ziet dan dus niet alleen op het (directe) aandelenbelang van een erfgenaam in een BV, maar ook op het (indirecte) aandelenbelang van een erfgenaam in een vennootschap.

Casus: hoeveel % belang heeft erflater Hans?

Erflater Hans van Grunsven (fictief) overlijdt in november 2010. Hans was in gemeenschap van goederen gehuwd met Anne. Tot de huwelijksgoederengemeenschap hoorde een belang van 6,89% in Van Grunsven BV. Anne heeft door vererving zeven aandelen in Van Grunsven BV verkregen. Van Grunsven BV is een holding-BV met aandelenbelangen in verschillende actieve werkvennootschappen over de hele wereld. Een van die vennootschappen is Dikhout Ltd., waarin Van Grunsven BV ten tijde van het overlijden van Hans een belang hield van 70,6%. Het indirecte belang van Hans in Dikhout Ltd. (via Van Grunsven BV) was daardoor 4,86%.

Kan de BOR toegepast worden?

De vraag is nu of de BOR van toepassing is op het door Van Grunsven BV gehouden belang in Dikhout Ltd. en daardoor op het aandelenbelang van Hans in Van Grunsven BV.

In dit geval krijgt Anne weliswaar een (direct) aandelenbelang van >5% in Van Grunsven BV, maar die heeft zelf geen ondernemingsvermogen. Volgens de inspecteur hoeft er dan niet verder te worden gekeken. De BOR is niet van toepassing op de vererving van de aandelen in Van Grunsven BV aan Anne en al helemaal niet op de (indirect gehouden) aandelen in Dikhout Ltd. Op deze manier levert de BOR geen fiscale voordelen op.

Welke regels past de Rechtbank toe?

De Rechtbank is echter van mening dat bij de bepaling of Van Grunsven BV ondernemingsvermogen heeft, de normale regels van ‘vermogensetikettering’ moeten worden toegepast. Volgens die regels moet het ondernemingsvermogen van de andere vennootschappen worden toegerekend aan het (ondernemings-)vermogen van Van Grunsven BV, omdat de activiteiten van die andere vennootschappen in lijn liggen met die van de Van Grunsven BV. Door deze manier van bepalen of een holding-BV wel of geen ondernemingsvermogen heeft, wordt dus niet alleen veel eerder toegekomen aan de toepassing van de BOR op het (direct) gehouden aandelenbelang van >5% in de holding-BV, maar ook op de (indirect) gehouden aandelenbelangen <5% in de andere vennootschappen.

Inspecteur in hoger beroep bij het Hof, Anne stapt daarna naar Hoge Raad

De inspecteur gaat in hoger beroep bij het Hof en wordt door het Hof in het gelijk gesteld. Anne gaat vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad. Die kijkt dan naar hoe het Hof de wet heeft toegepast in dit geval. De Hoge Raad is uiteindelijk van mening dat het actieve ondernemingsvermogen van Dikhout Ltd. wel mag worden toegerekend aan het vermogen van Van Grunsven BV, bij de bepaling of Van Grunsven BV ondernemingsvermogen heeft. De normale regels van vermogensetikettering mogen daarbij dus toegepast worden. Daardoor mag de BOR worden toegepast op zowel het tot de nalatenschap van Hans behorende (directe) aandelenbelang in Van Grunsven BV, maar ook op het (indirecte) aandelenbelang in Dikhout Ltd. Kortom, ook een schenking of vererving van kleine (indirecte) aandelenbelangen kan dus fiscaal zeer voordelig zijn!

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor de praktijk betekent het dat er door deze uitspraak meer ondernemers of bedrijfsopvolgers van de belastingvrijstellingen van de BOR gebruik kunnen maken. Een positieve ontwikkeling voor ondernemend Nederland!

Heb je vragen hierover? Bel 035-5447273 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl.

wet DBA

Angst om zzp’ers in te huren door wet DBA

Het wetsvoorstel DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) houdt de gemoederen in ondernemend Nederland flink bezig. Er duiken berichten op dat bedrijven angstig zijn om zzp’ers in te huren met het oog op de wetgeving. Sommige bedrijven laten aan ‘hun’ zzp’ers weten dat zij alleen nog via een intermediair aan een opdracht kunnen komen. Er wordt van alles gedaan om een mogelijke naheffing loonbelasting en sociale premies buiten de deur te houden. De angst bestaat ook dat een zzp’er alsnog een dienstverband kan claimen. Wat is er precies veranderd?

Nu: VAR (Verklaring Arbeidsrelatie)

De Belastingdienst beoordeelt nu nog aan de hand van een inschatting van de werkzaamheden van een zzp’er onder welke VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) de werkzaamheden vallen. Is er naar het oordeel van de Belastingdienst sprake van een VAR-winst uit onderneming (VAR-wuo), dan kan de zzp’er deze aan zijn opdrachtgever tonen. De opdrachtgever hoeft dan geen naheffingsaanslagen loonbelasting en sociale premies te betalen. Mocht bij een controle blijken dat de zzp’er zijn werkzaamheden anders of in een andere relatie heeft gedaan dan vooraf aangegeven, dan ligt het risico bij hem. Naheffen bij de opdrachtgever is daarnaast lastig, blijkt uit de jurisprudentie. Dit terwijl in de ogen van de regering de opdrachtnemer én -gever verantwoordelijk zijn voor een juiste belasting- en premieafdracht. Er komt nu een nieuwe wet: DBA.

Straks: DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties)

Het wetsvoorstel DBA was volgens de regering nodig om de balans in verantwoordelijkheden van beide partijen te herstellen en de handhavingsmogelijkheden te verbeteren. Niet een verklaring van de zzp’er, maar een overeenkomst van zowel de zzp’er als de opdrachtgever moet de nodige zekerheid voor een juiste belastingtoepassing geven. De Belastingdienst heeft voor de DBA enkele modelovereenkomsten gepubliceerd die gebruikt kunnen worden. Als er volgens die modelovereenkomsten gewerkt wordt, mag je ervan uitgaan dat de Belastingdienst niet aanklopt bij de opdrachtgever.

Eerst goedkeuring Belastingdienst, dan pas aan de slag

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft aangegeven dat een incidentele afwijking van de overeenkomst niet direct leidt tot het vervallen van die zekerheid. De crux zit hem er echter in dat werkzaamheden dynamisch van aard kunnen zijn. Wanneer er wijzigingen in de werkzaamheden optreden, dan moet hiervoor een nieuwe overeenkomst worden opgesteld, die weer moet worden beoordeeld door de Belastingdienst. Zonder die uitkomst zal een opdracht niet beginnen, wat een onwenselijke situatie is. Tenminste, als we de geluiden van het bedrijfsleven mogen geloven.

Uitvoerbaarheid

Het ziet er niet naar uit dat de Belastingdienst het bedrijfsleven tegemoet kan komen door de beoordeling direct beoordeeld te retourneren. Op deze manier kunnen werkzaamheden (te lang) onuitgevoerd blijven. Dit is een praktische kant die niet echt naar voren komt in de parlementaire stukken. Hoe zal de uitvoerbaarheid zijn, aangezien Nederland volgens het CBS in het tweede kwartaal van 2015 806.000 zelfstandigen zonder personeel telde?

Fiscaal consult

Ben je zzp’er of maak je van de diensten van zzp’ers gebruik en wil je ons als sparringpartner inzetten of een fiscaal consult aanvragen? Schroom dan niet en neem contact met ons op.

Het grijze gebied van de zzp’er: ondernemer of werknemer?

Als zzp’er heb je klanten, je regelt je eigen zaken en je hebt geen baas. Toch kan het voorkomen dat de fiscus jouw ondernemerschap ter discussie stelt en je als werknemer kwalificeert. Dit komt doordat de zzp’er nergens letterlijk in de belastingwetten voorkomt en hij of zij zich dus in een grijs gebied bevindt. Lees verder of neem contact op met Fiscalisten Coöperatie als je hier meer over wilt weten.

Ondernemer of werknemer?

Je bent volgens de wet ondernemer als er sprake is van zelfstandigheid bij de inrichting van je werkzaamheden en bij de uitvoering hiervan. Het is van belang dat:

  • de werkzaamheden voor eigen risico worden verricht,
  • je als ondernemer winst beoogt en deze winst redelijkerwijs ook te verwachten is,
  • je als ondernemer streeft naar meerdere opdrachtgevers om je onafhankelijkheid te waarborgen.

Een werknemer is daarentegen iemand die in dienstbetrekking werkzaam is. Volgens de wet is er sprake van een dienstbetrekking als:

  • de werknemer loon ontvangt als vergoeding voor zijn of haar werkzaamheden,
  • de werknemer verplicht is om die werkzaamheden persoonlijk te verrichten,
  • de werkgever een gezagsverhouding heeft ten opzichte van de werknemer.

Over de eerste twee voorwaarden is relatief weinig onenigheid met de Belastingdienst. Over de derde voorwaarde is doorgaans vaker discussie. Een opdrachtnemer kan namelijk al snel in een gezagsverhouding staan ten opzichte van een opdrachtgever.

Gezagsverhouding tussen werknemer en werkgever

In de jurisprudentie zien we dat het voor het begrip gezagsverhouding voldoende is dat de opdrachtgever aanwijzingen kan geven. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, doet er niet toe. Ook maakt het niet uit of de aanwijzingen door de opdrachtgever zelf worden gegeven of dat de opdrachtgever dat aan een ander overlaat. Een gezagsverhouding kan blijken uit:

  • opdrachten en aanwijzingen over werktijden,
  • toezicht en controle op productie (output),
  • voorschriften over representativiteit,
  • voorschriften over omgang met klanten,
  • bedrijfskledingvoorschriften.

In sommige gevallen werkt de opdrachtnemer eerst in dienstbetrekking, en later onder overeenkomstige voorwaarden als zzp’er voor de opdrachtgever. Als het om dezelfde soort werkzaamheden gaat, kan er volgens de Belastingdienst nog steeds sprake zijn van een dienstbetrekking. Een kleine afwijking ten opzichte van de arbeidsvoorwaarden is dus niet per se voldoende om door de Belastingdienst als ondernemer gekenmerkt te worden.

Afbakening van het ondernemerschap

Een goede afbakening van het ondernemerschap is van groot belang om als zzp’er niet als werknemer aangemerkt te worden. Een VAR-verklaring is bijvoorbeeld een aanknopingspunt voor de Belastingdienst om aan te nemen dat iemand een ondernemer is. Met een VAR-verklaring toon je aan dat je minimaal drie opdrachtgevers hebt. De opdrachtgever wordt met een VAR-verklaring ‘gevrijwaard’ van loonbelastingverplichtingen en salarisadministratie. Deze verklaring biedt verder geen zekerheid, aangezien de Belastingdienst bij misbruik gemakkelijk van haar standpunt kan afwijken. Steeds moet de zzp’er kunnen aantonen dat hij of zij niet van één opdrachtgever afhankelijk is. Daarnaast wordt de VAR-verklaring in 2016 waarschijnlijk afgeschaft.

 

gratis consult BV

BV: Ja of Nee? Gratis consult in september!

Ben jij ondernemer en is je winst hoger dan € 90.000? Vraag dan een gratis fiscaal consult bij Fiscalisten Coöperatie aan in september via het contactformulier aan de rechterkant.

Waarom?
Ondernemers hebben tot eind september de mogelijkheid om hun ‘intentie’ bij de Belastingdienst vast te laten leggen, om met terugwerkende kracht – per 1 januari 2015 – een eenmanszaak om te zetten in een BV. De maand september is een fiscaal belangrijke maand om een prognose te doen van de winst over het jaar 2015. Het voordeel van een intentieverklaring is dat het achteraf mogelijk is om de winst in de BV te laten vloeien indien dit gunstig is. Een intentieverklaring verplicht je tot niets; je kunt wel duizenden euro’s aan belasting besparen.

Schroom dus niet en neem contact met ons op!

rechtsvorm, vof, bv, eenmanszaak, coöperatie

Welke rechtsvorm kies ik voor mijn onderneming?

Bij het opstarten van een onderneming komt veel kijken. Ook als je samen met een ander wilt ondernemen. Bijvoorbeeld welke rechtsvorm u voor uw onderneming kiest. Er zijn veel verschillende rechtsvormen die allemaal andere kenmerken hebben.

Welke rechtsvorm kies je?

De vijf meest voorkomende rechtsvormen zijn:

  1. Eenmanszaak
  2. VOF
  3. Maatschap
  4. BV
  5. Coöperatie

Lees verder om erachter te komen welke rechtsvorm het best bij uw bedrijf past.

  1. Eenmanszaak

Als u in uw eentje een onderneming beheert, dan is de onderneming een eenmanszaak. U kunt bij de rechtsvorm eenmanszaak wel personeel in dienst hebben. Zonder personeel bent u namelijk ZZP-er (zelfstandige zonder personeel). Verder kunt u in een eenmanszaak een bedrijf uitoefenen, maar ook een beroep, zoals huisarts of boekhouder. Een nadeel is wel dat de ondernemer volledig aansprakelijk is voor schulden van de onderneming.

Inkomstenbelasting
De eigenaar van de eenmanszaak betaalt over de behaalde winst inkomstenbelasting. De ondernemers kunnen recht hebben op belastingvoordelen.

BTW
Btw is relevant voor u als u deelneemt in het economisch verkeer en belaste prestaties verricht. U betaalt bijvoorbeeld geen btw als u goederen of diensten levert waarbij er sprake is van vrijstelling van btw.

Loonbelasting
Met personeel bent u verplicht loonadministratie bij te houden voor de loonbelasting

  1. VOF

Bent u van plan om samen met anderen een onderneming op te zetten, dan kunt u kiezen voor de rechtsvorm VOF (vennootschap zonder firma). Bij een VOF zijn alle vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele schulden. Dit betekent dat een schuldeiser het gehele bedrijfsvermogen kan aanspreken, maar ook het privévermogen van de vennoten afzonderlijk.

Inkomstenbelasting
Voor de inkomstenbelasting is iedere individuele vennoot belastingplichtig. De vennoten kunnen ook als ondernemer worden aangemerkt. Hierdoor hebben zij recht op de fiscale voordelen die voor ondernemers gelden.

BTW
Voor de btw is de VOF belastingplichtig en niet de vennoten afzonderlijk. Dit geldt alleen niet als de vennoten ook nog om een andere reden als ondernemer voor de btw moeten worden aangemerkt.

Loonbelasting
Als de VOF personeel in dienst neemt, dan is de VOF inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

  1. Maatschap

Vrije beroepsbeoefenaars die hun beroep samen willen uitoefenen onder gemeenschappelijke naam, kunnen dat doen in de rechtsvorm van een maatschap. In geval van een maatschap is iedereen voor gelijke delen aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid geldt voor het gehele individuele vermogen (dus inclusief het privévermogen).

Een bijzondere vorm is de stille maatschap. De beroepsuitoefening wordt hierbij niet onder gemeenschappelijke naam uitgeoefend. De stille maat voldoet niet per definitie aan de voorwaarden van het ondernemerschap, maar wel als:

  • hij rechtstreeks verbintenissen van de maatschap aangaat en zich zo verbindt;
  • er door de andere maten van de stille maatschap wel bevoegd wordt gehandeld namens de overige maten, en daardoor ook de stille maat met zekere regelmaat wordt verbonden voor verbintenissen van de maatschap.

Het zal voor de stille maat vooral moeilijk zijn om aan te tonen dat er sprake is geweest van een dergelijk bevoegd handelen. Met een volmacht kan dit probleem worden opgelost.

Inkomstenbelasting
De maten zijn zelfstandig belastingplichtig voor de inkomstenbelasting, net zoals bij een VOF. Meestal zal iedereen binnen de maatschap ook voldoen aan de criteria voor het ondernemerschap en dus recht hebben op ondernemersfaciliteiten.

BTW
Voor de btw is de maatschap belastingplichtig en niet iedereen afzonderlijk. Dit is wel het geval als iemand ook nog voor een andere reden als ondernemer voor de btw moeten worden aangemerkt.

Loonbelasting
Neemt de maatschap personeel in dienst, dan is de maatschap inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

  1. BV

De rechtsvorm BV (Besloten Vennootschap) is een zelfstandig rechtspersoon met eigenaren. De eigenaren zijn de aandeelhouders van de BV. De directeur die tevens eigenaar is van de BV, is in feite in loondienst én is aandeelhouder van de BV.

Een BV is voornamelijk geschikt voor ondernemers die een belastbare winst halen vanaf € 90.000 en hun risico willen beperken. Anders dan een eenmanszaak of VOF, is de BV aansprakelijk. Dit geldt niet in het geval van misbruik. Dan kan de directeur via een omweg alsnog aansprakelijk worden gesteld. Verder wordt een aandeelhouder als werknemer van zijn eigen bedrijf aangemerkt.

Vennootschapsbelasting
De vennootschapsbelasting kent een lager belastingtarief dan de inkomstenbelasting. Ook kan winst in de BV achterblijven. Daarmee is de BV (holding) in de praktijk zeer geschikt om te sparen voor de oudedag of voor andere beleggingen.

BTW
Voor de btw is de rechtsvorm BV zelf belastingplichtig en niet de aandeelhouder.

Loonbelasting
Neemt de BV personeel in dienst, dan is de BV inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

  1. Coöperatie

De rechtsvorm coöperatie is de laatste jaren vooral erg populair onder ZZP-ers die hun krachten willen bundelen. Een coöperatie is een zelfstandig rechtspersoon, net als een BV. Anders dan de BV heeft een coöperatie geen aandeelhouders, maar leden. Een coöperatie is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De aansprakelijkheid van de leden bij schulden kan bij de leden zijn beperkt of worden uitgesloten.

Bij een coöperatie zijn de leden zelfstandig ondernemer via een eenmanszaak of een BV. De fiscale kwalificatie van de leden kan fiscaal lastig zijn. De leden kunnen namelijk als zelfstandige ondernemer óf als werknemer worden aangemerkt. Het hangt af van de statuten, het inkomen van de leden en de mate van afhankelijkheid of de Belastingdienst de leden als werknemer of ondernemer wil aanmerken. Met een van de partners van Fiscalisten Coöperatie – Coöperatie Expert – is een zogenoemd stroomschema ontwikkeld om een startende coöperatie en haar leden te begeleiden.

Vennootschapsbelasting
Voor de inkomstenbelasting kan een lid worden aangemerkt als zelfstandig ondernemer (eenmanszaak) of als directeur-grootaandeelhouder indien het lid participeert in de BV-vorm. De leden kunnen als ondernemer worden aangemerkt, waardoor zij recht hebben op de fiscale ondernemersfaciliteiten. Bij een BV-rechtsvorm heeft het lid geen recht op fiscale ondernemersfaciliteiten maar heeft hij een gunstig belastingtarief (interessant bij een omzet vanaf € 90.000).

BTW
Voor de btw zijn de coöperatie en de leden afzonderlijk belastingplichtig.

Loonbelasting
Neemt de coöperatie personeel in dienst, dan is de coöperatie inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

Een verhelderend overzicht van de verschillende rechtsvormen vindt u hier:

  Aansprakelijkheid Belastingplichtig BTW Loonbelasting
Eenmanszaak Eigenaar hoofdelijk aansprakelijk (incl. privévermogen) Eigenaar Onderneming Ja, indien personeel in dienst
VOF Vennoten hoofdelijk aansprakelijk (incl. privévermogen) Individuele vennoot VOF
MAATSCHAP Maten Individuele maat Maatschap
BV BV BV BV
COOPERATIE Beperkt of uitgesloten Coöperatie & leden afzonderlijk Coöperatie & leden afzonderlijk

Heb je vragen over het kiezen van een rechtsvorm? Neem dan contact op met een onze fiscalisten via info@fiscalistencooperatie.nl

BV

De vier redenen om uw bedrijf om te zetten in een BV

Van ondernemers krijgen wij vaak de vraag of zij hun eenmanszaak (IB-onderneming) niet beter kunnen omzetten in een BV. Het antwoord: het hangt er volledig van af welke rechtsvorm het beste bij het bedrijf past en ook welke afwegingen de ondernemer zelf maakt. Op basis van onze ervaring uit de praktijk, bespreken we hieronder de vier belangrijkste afwegingen.

  1. Belasting besparen

Hoe hoger de fiscale winst, hoe aantrekkelijker het is om een BV op te zetten. De fiscale winst bestaat strikt gezegd uit alle opbrengsten minus alle kosten uit de onderneming. Een hogere winst leidt in de inkomstenbelasting tot een hoger belastingtarief.

  • Bij een eenmanszaak loopt de inkomstenbelasting op tot maximaal 52%.
  • Bij een BV loopt de vennootschapsbelasting op tot maximaal 20-25%.

Er zijn twee nuanceringen in dit verhaal.

  1. Voor de inkomstenbelasting bij een eenmanszaak kunnen ondernemers gebruik maken van de mkb-winstvrijstelling. In 2015 is de vrijstelling 14% van de winst. Van de winst moet je dan wel eerst het bedrag van de ondernemersaftrek aftrekken. Van het verschil wordt 14% extra vrijgesteld van belastingheffing.
  1. Bij een BV ontvangt de directeur een salaris. Daarnaast kan de directeur – als aandeelhouder –  een dividenduitkering ontvangen. Een dividenduitkering aan privé wordt belast met 25%.

In het algemeen geldt dat bij winsten vanaf 90.000 euro het opzetten van een BV interessant is. Indien een ondernemer een winst haalt rond bovenvermeld bedrag, dan geven vaak de privé situatie en andere argumenten – die hieronder volgen – de doorslag om een BV op te zetten. Hoe hoger de winst hoe meer voordeel.

  1. Aansprakelijkheid beperken

Een ondernemer met een eenmanszaak welke geen BV is, is privé aansprakelijk voor alle schulden. Een BV daarentegen is een zogenaamd ‘zelfstandig bevoegd rechtspersoon’, de BV is dan ook aansprakelijk voor alle schulden. Behalve als de ondernemer misbruik maakt van zijn of haar positie, in dat geval kan hij of zij via een omweg alsnog aansprakelijk gesteld worden.

Ondernemers met meer bedrijfsrisico kiezen vaak voor een BV, zodat hun privévermogen beter beschermd is.

  1. Flexibele oudedagvoorziening opzetten

In de praktijk adviseren wij onze cliënten niet meer om hun oudedagspensioen in eigen beheer op te bouwen. De meeste ondernemers willen steeds meer en meer flexibel zijn met hun bedrijfskapitaal. Dit is niet mogelijk als er jaarlijks een pensioendonatie gedaan wordt ten laste van de winst.

Als voorbeeld hebben we in praktijk een ondernemer (BV) begeleid die geen dividenduitkering aan zichzelf mocht doen om een plezierboot te kopen, aangezien de BV van de Belastingdienst voldoende kapitaal in kas moest hebben om levenslang pensioen uit te kunnen keren.

Tegenwoordig willen ondernemers daarom ook flexibel zijn en vrij zijn om dividenduitkeringen te doen. We merken dat er de laatste jaren steeds minder voorkeur is voor het opbouwen van ‘beclaimde’ reserves voor de toekomst. Als alternatief kan in de BV vrij vermogen worden opgebouwd waarmee bijvoorbeeld de eigenwoning hypotheek wordt overgenomen. Aftrekbare hypotheek betalen aan je eigen BV is financieel veel aantrekkelijker dan aan een bank.

  1. Continuïteit van de onderneming versimpelen

Ook is het overdragen van een BV aan je kind of een ander makkelijker dan het overdragen van een zelfstandige IB-onderneming. Aandelen overdragen is namelijk simpeler dan activa-passiva transacties (bestaande leningen, voorzieningen voor uitgestelde opbrengsten en uitgaven, schulden) overdragen.

Via een holdingstructuur kan ook een eventuele acute belastingclaim makkelijker worden doorgeschoven naar de toekomst. Dit geeft meer tijd en ruimte om zaken voor elkaar te krijgen.

Financieel, én wat betreft rechten en plichten, kan het dus raadzaam zijn om van tevoren al na te denken over de vorm die de onderneming aan kan nemen. Een holdingstructuur (met BV’s) werkt bijvoorbeeld ook uitstekend als er veel samengewerkt moet worden tussen partijen.

Bent u benieuwd welke structuur het beste bij uw situatie past? Of heeft u verder nog vragen? Neem dan gerust contact op met een van onze fiscalisten.

Auteur:
mr. Cor van Erk
cjvanerk@fiscalistencooperatie.nl
+31624624856