belasting besparen

10 tips voor iedereen die geld wil besparen op belasting

Geld besparen? Fiscalisten Coöperatie geeft tips! Belasting is voor velen onoverzichtelijk, vervelend en een grote kostenpost. Maar: goed nieuws! Met onze tips kun jij wellicht wat kosten besparen. Lees onderstaande tips, dat kan je portemonnee ten goede komen.

Geld besparen: klik op een tip om er meer over te lezen.

1. Houd rekening met de nieuwe belastingtarieven in box 3

Met ingang van 1 januari 2017 verandert box 3. Het vaste forfaitaire rendement van 4% wordt vervangen door drie schijven met jaarlijkse veranderende rendementen. Voor de peildatum 1 januari 2017 zijn deze als volgt vastgesteld:

Vermogensschijf Vermogen (na aftrek heffingsvrij vermogen) Forfaitair rendementspercentage
1 Minder of gelijk aan 75.000 euro 2,87%
2 Tussen de 75.000 en 975.000 euro 4,60%
3 Meer dan 975.000 euro 5,39%

Het belastingtarief in box 3 blijft 30%. Het heffingsvrij vermogen (een vast bedrag dat is vrijgesteld van belasting) wordt verhoogd naar 25.000 euro per persoon.

De nieuwe tarieven zijn voordeliger voor de lagere vermogens en nadeliger voor de hogere vermogens. Het omslagpunt ligt rond een vermogen van € 245.000 Tot dat vermogen betaal je in 2017 minder belasting dan in 2016. Is je vermogen groter, dan zal je in 2017 meer belasting gaan betalen.

2. Beleg groen in box 3

Wil je jouw box 3 vermogen verlagen? Denk dan eens aan groene beleggingen. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling in box 3 van maximaal 57.213 euro (bedrag 2016). Heb je een fiscale partner? Dan bedraagt de vrijstelling voor jou en je partner het dubbele: 114.426 euro. Naast de vrijstelling in box 3 heb je ook nog recht op een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag in box 3.

Tip:
Check wel altijd eerst of het fonds waarin je wilt beleggen door de Belastingdienst is aangewezen als een groen fonds. Is dat niet het geval, dan geldt de vrijstelling en de heffingskorting niet.

3. Koop zaken voor persoonlijk gebruik nog dit jaar

Alle zaken die voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of verbruikt, hoef je niet op te geven in box 3. Hierbij kun je denken aan inboedel, een auto, boot of caravan, maar bijvoorbeeld ook aan juwelen of een duur horloge. Ben je van plan binnenkort een dergelijke aanschaf te doen, zorg dan dat uje deze aanschaf uiterlijk 31 december hebt gedaan en betaald. In de box 3 heffing per 1 januari 2017 zal dit vermogen dan niet meer worden meegenomen.

Let op!
Er geldt een antimisbruikmaatregel. Kan de Belastingdienst aannemelijk maken dat jij de zaken hoofdzakelijk ter belegging hebt gekocht? Dan behoren deze zaken wel tot het vermogen in box 3. Ook als je deze zaken tevens persoonlijk gebruikt.

4. Investeer in kunst en wetenschap

Ook voorwerpen van kunst en wetenschap zijn vrijgesteld in box 3. Wil je jouw box 3-vermogen per 1 januari 2017 verlagen, overweeg dan een investering in voorwerpen van kunst of wetenschap.

Let op!
Ook hier geldt een antimisbruikmaatregel. De vrijstelling geldt niet als de voorwerpen voor tenminste 70% ter belegging dienen.

5. Word energieleverancier

Investeer je in zonnepanelen? Dan levert dat een aantal financiële en fiscale voordelen op. De zonnepanelen hoef je namelijk niet in box 3 op te geven, waardoor je een besparing in box 3 realiseert. Daarnaast kun je de btw met betrekking tot de zonnepanelen terugvragen bij de Belastingdienst. Je wordt namelijk als particulier met zonnepanelen voor de btw aangemerkt als ondernemer. Tenslotte gaan jouw energiekosten omlaag omdat je zelf een deel van jouw energie opwekt via de zonnepanelen. Door al deze voordelen zal het rendement op de zonnepanelen vele malen hoger zijn dan op een gewone spaarrekening. Investeer daarom in zonnepanelen en word je eigen energieleverancier.

6. Pleeg in 2016 en 2017 nog onderhoud aan je monumentenpand

Particuliere eigenaren kunnen de kosten van onderhoud aan hun rijksmonumentenpand in 2016 en 2017 nog fiscaal in aftrek brengen. Vanaf 2018 is dit niet meer mogelijk omdat de aftrek van monumentenpanden wordt afgeschaft. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de aftrek monumentenpanden met ingang van 2017 al af te schaffen, maar na protest uit de Tweede Kamer is aangekondigd dat de aftrek monumentenpanden in ieder geval in 2017 nog mogelijk blijft.

Als de aftrek monumentenpanden in 2018 wordt afgeschaft komt hiervoor in de plaats een subsidieregeling voor sober en doelmatig onderhoud van waarschijnlijk 35% van de onderhoudskosten. Hierbij komen onderhoudskosten van minimaal 2.000 euro en waarschijnlijk maximaal 30.000 euro per twee jaar voor subsidie in aanmerking. Per saldo bedraagt de subsidie minimaal 700 euro en maximaal 10.500 euro per twee jaar. Voor grootschalige ingrepen kan volledige financiering bij het revolving fund worden aangevraagd. Vanaf 2019 komt een heel nieuw financieel stelsel voor monumentenzorg.

Voor 2017 was  een overgangsregeling voorzien  in de vorm van een subsidieregeling voor eigenaren die in 2016 onomkeerbare financiële verplichtingen zijn aangegaan. Nu de aftrek monumentenpanden in 2017 nog blijft bestaan is het onduidelijk of deze overgangsregeling voor 2018 ook wordt ingevoerd. 

Tip:
Pleeg en betaal je onderhoud nog zoveel mogelijk in 2016 en 2017. Je kunt dan in ieder geval nog gebruikmaken van de fiscale aftrek.

7. Stel je opleiding niet langer uit

Particulieren die een opleiding of studie voor een beroep volgen, kunnen alleen nog in 2016 en 2017 de kosten hiervan in aftrek brengen als scholingsuitgaven. Met ingang van 2018 vervalt deze aftrekpost. In plaats daarvan komt een regeling met scholingsvouchers voor mensen die uit zichzelf minder snel geneigd zijn om scholing te volgen, maar waarvan het maatschappelijk belang van scholingsdeelname groot is. De exacte invulling van de nieuwe regeling is nog niet bekend en wordt naar verwachting in het voorjaar 2017 in de Staatscourant gepubliceerd.

De scholingsvouchers zullen met name terechtkomen bij mensen met een hoogste genoten opleiding op het niveau mbo-4 en mensen met maximaal een havo/vwo-diploma. Hoger opgeleiden zullen naar verwachting alleen toegang krijgen tot de regeling indien ze werkzaam zijn in een kwetsbaar beroep of kwetsbare sector. De scholingsvouchers zullen naar verwachting een waarde krijgen van maximaal 2.500 euro. Voor de scholingsvouchers komt in de periode 2018-2022 maximaal 90,8 miljoen euro beschikbaar per jaar, daarna maximaal 112 miljoen euro per jaar. Dit is een halvering van het budgettaire beslag van de aftrek scholingsuitgaven dat voor 2018 geraamd was op 218 miljoen euro per jaar.

Let op!
De scholingsvouchers zijn bedoeld voor een gerichte doelgroep. De kans is aanwezig dat je niet tot deze doelgroep behoort. Start daarom nog dit jaar een opleiding of studie voor een beroep en profiteer nog tot en met 2017 van de fiscale aftrek.

Tip:
Er komt een overgangsregeling voor studenten die een langdurige opleiding zijn aangegaan op het moment dat nog niet bekend was dat de aftrek scholingsuitgaven zou worden afgeschaft. Deze studenten kunnen vanaf 1 januari 2018 tot het einde van de nominale duur van hun opleiding jaarlijks rekenen op een scholingsvoucher.

8. Koop nog dit jaar een lijfrente

Koop nog dit jaar een lijfrente of stort geld op jouw lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht en creëer daarmee een extra aftrekpost. De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaar- en reserveringsruimte. Laat je vooraf informeren over alle voorwaarden en de hoogte van de maximaal aftrekbare premie.

Tip:
Zorg dat je de bedragen in 2016 betaalt. Alleen dan kun je deze nog in aftrek brengen in jouw aangifte inkomstenbelasting 2016.

9. Voorkom belastingrente: verzoek om een voorlopige aanslag

Met betrekking tot jouw aanslag inkomstenbelasting 2015 rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2016 een rente van 4%. Dit is hoog, zeker in vergelijking met het huidige rendement op een spaarrekening. Voorkom dat je deze hoge rente verschuldigd wordt en controleer of jouw voorlopige aanslag juist is. Is deze te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan.

Tip:
Vraag ook een nieuwe lagere voorlopige aanslag aan als jouw voorlopige aanslag te hoog is. In tegenstelling tot vroeger kun je niet meer “sparen” bij de Belastingdienst. De Belastingdienst vergoedt namelijk over het algemeen geen rente meer over een te hoge aanslag.

10. Vraag middeling aan bij schommelende inkomsten

Heb je de afgelopen jaren sterk schommelende inkomsten gehad in box 1, dan heb je misschien meer belasting betaald dan bij gelijkmatige inkomsten het geval zou zijn. In zo’n geval kun je door middel van middeling proberen geld terug te vragen bij de Belastingdienst. Middeling vindt plaats door voor drie aaneengesloten kalenderjaren uit te gaan van de gemiddelde inkomsten. Houd hierbij rekening met een drempel van 545 euro. Alleen het meerdere boven deze 545 euro krijg je van de Belastingdienst terug.

Let op!
Middeling gaat niet automatisch. Je moet hiervoor zelf een schriftelijk verzoek indienen bij de Belastingdienst.

auto

6 geldbesparende tips voor automobilisten

Fiscalisten Coöperatie geeft tips! Ben jij vaak op de weg te vinden met je eigen auto of de auto van de zaak? Lees onderstaande tips dan goed, dat kan je portemonnee ten goede komen.

Lees meer door op de tips te klikken.

1. Houd rekening met de nieuwe bijtelling vanaf 2017

Heb jij een auto van de zaak? Per 1 januari 2017 wordt de standaardbijtelling verlaagd van 25% naar 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en BPM). Alleen voor auto’s die geen CO2 uitstoten, geldt vanaf volgend jaar nog een lagere bijtelling van 4% van de cataloguswaarde (inclusief btw en BPM).

Deze percentages gelden alleen voor nieuwe auto’s. Dat wil zeggen: auto’s die pas vanaf 1 januari 2017 op de weg rijden. Voor ‘oudere’ auto’s gelden andere percentages.

Let op!
Valt jouw auto op dit moment in de bijtelling van 25%? Dan blijft dit ook in 2017 zo. Na 60 maanden valt deze auto niet terug naar een bijtelling van 22%.

2. Koop nog in 2016 een zuinige auto

Wil je in een milieuvriendelijke nieuwe auto van de zaak gaan rijden? Schaf deze auto dan in 2016 nog aan. Voor zeer zuinige auto’s (met een CO2-uitstoot groter dan 0, maar niet groter dan 50 gr/km) met een eerste toelating op de weg in 2016, geldt gedurende 60 maanden een bijtelling van 15%. Heeft dezelfde auto een eerste toelating op de weg in 2017, dan bedraagt de bijtelling 22%. Dit scheelt dus nogal in de portemonnee!

Voor zuinige auto’s (CO2-uitstoot groter dan 50 gr/km, maar niet groter dan 106 gr/km) is het verschil tussen eerste toelating op de weg 2016 en 2017 minder groot: slechts 21% in plaats van 22%.

Let op!
De bijtelling voor de zeer zuinige en zuinige auto met eerste toelating op de weg in 2016 geldt gedurende 60 maanden. Houd er rekening mee dat na deze 60 maanden deze auto’s allebei terugvallen naar een bijtelling van 25%.

3. Koop een minder zuinige auto pas in 2017

Voor een auto van de zaak met eerste toelating op de weg in 2016 met een CO2-uitstoot groter dan 106 gr/km, geldt momenteel een bijtelling van 25%. Heeft dezelfde auto een eerste toelating op de weg in 2017 (of later), dan bedraagt de bijtelling 22%. Wilt u zo’n minder zuinige auto aanschaffen, dan scheelt het jaarlijks 3% bijtelling als de auto een eerste toelating op de weg heeft in 2017.

4. Houd rekening met verval lagere bijtelling na 60 maanden

Een lagere bijtelling dan 25% geldt gedurende een termijn van maximaal 60 maanden. Heeft u een auto van de zaak met een lagere bijtelling die op kenteken is gezet in 2012, houd er dan rekening mee dat in deze lagere bijtelling in 2017 verloopt. Vanaf dat moment geldt voor die auto een bijtelling van 25% (en dus geen 22%).

Tip:
Het verval van de lage bijtelling na 60 maanden geldt voor alle auto’s. Dus ook de auto die nu nog een 0% bijtelling kent zal na 60 maanden terugvallen naar een bijtelling van 25%.

5. Vergeet niet om milieu-investeringsaftrek aan te vragen voor jouw milieuvriendelijke auto

Koop je nog in 2016 een milieuvriendelijke auto? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA geldt voor een waterstofpersonenauto met een CO2-uitstoot van 0 gr/km, voor de elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km en voor de plugin-hybride met een CO2-uitstoot van maximaal 30 gr/km (geen dieselauto). Er gelden verschillende aftrekpercentages en er zijn maxima gesteld aan de in aanmerking te nemen investeringsbedragen.

Soort auto CO2-uitstoot MIA% Maximaal in aanmerking te nemen investeringsbedrag
Waterstofpersonenauto 0 36% 50.000 euro
Elektrische auto 0 36% 50.000 euro
Plug-in hybride Maximaal 30 27% 35.000 euro

Let op!
Om in aanmerking te komen voor de MIA, moet de investering binnen drie maanden nadat je de investeringsverplichting bent aangegaan melden bij RVO.nl. Ben je te laat? Dan kom je niet meer in aanmerking voor de aftrek.

Het is nog niet bekend of de MIA ook in 2017 geldt voor de milieuvriendelijke auto, omdat pas eind 2016 de nieuwe milieulijsten voor de MIA 2017 bekend worden gemaakt.

Tip:
Wordt jouw auto pas in 2017 geleverd, maar ben je in 2016 de investeringsverplichting al aangegaan? Meld jouw investering dan binnen drie maanden na aangaan van de investeringsverplichting bij RVO.nl. Jouw auto maakt dan nog gebruik van de MIA 2016. Meld je je te laat? Dan kom je niet meer in aanmerking voor de MIA, ook niet voor de MIA 2017.

Ook voor de oplaadpaal van de elektrische auto op eigen terrein en voor eigen gebruik geldt in 2016 nog de MIA. Het aftrekpercentage voor de oplaadpaal bedraagt 36%. Daarnaast mag op deze laadpaal voor 75% willekeurig afgeschreven worden (VAMIL). Laadpalen waarvan de investeringskosten minder dan € 2.500 bedragen, komen niet in aanmerking voor de MIA/VAMIL, tenzij deze samen met de elektrische auto worden aangemeld.

6. Minder motorrijtuigenbelasting in 2017

De tarieven in de motorrijtuigenbelasting voor personenauto’s gaan per 1 januari 2017 met 2,7% omlaag. Voor plug-in hybride auto’s (CO2-uitstoot van 1-50 gr/km) blijft de MRB (net als nu) de helft van het reguliere tarief. Nul-emissieauto’s blijven volledig vrijgesteld van MRB.

DGA

12 fiscale tips voor de DGA en zijn of haar BV

Fiscalisten Coöperatie geeft tips! Ben jij directeur-grootaandeelhouder bij een bv? Dan zijn er een aantal fiscale zaken waar je goed op moet letten. Wij geven 12 uitgebreide tips die jouw fiscale keuzes wat makkelijker maken.

Klik op een tip om er meer over te lezen.

1. Stop opbouw pensioen in eigen beheer vanaf 2017

Een dga kan net als een gewone werknemer pensioen opbouwen. Een gewone werknemer moet dat doen bij een professioneel pensioenfonds of verzekeraar. Een dga kan dat ook in eigen beheer doen: bij zijn of haar eigen bv. Als de Eerste Kamer straks instemt met de plannen, is het vanaf 2017 echter niet meer mogelijk om als dga fiscaal vriendelijk pensioen in eigen beheer op te bouwen. Bouw je nu nog pensioen in eigen beheer op? Zorg dan dat je in 2017 niet voor een onaangename fiscale verrassing komt te staan en onderneem vóór 1 april 2017 de volgende acties:

  • Maak het pensioen in eigen beheer premievrij: laat de ava (algemene vergadering van aandeelhouders) dit besluit nemen en leg dit tijdig in notulen vast.
  • Leg het stopzetten van de opbouw van het eigenbeheerpensioen vast in de pensioenbrief waarin de pensioenafspraken met uw bv zijn vastgelegd.
  • Pas de pensioenbrief aan in geval van een extern verzekerd nabestaandenpensioen. Leg vast dat de aanspraak op het nabestaandenpensioen ongewijzigd doorloopt bij de externe verzekeraar.
  • Pas een eventuele risicodekking ter afdekking van het overlijdensrisico aan.

Let op!
Deze acties zijn noodzakelijk om te voorkomen dat je pensioenaanspraak niet meer wordt gezien als pensioen. In dat geval wacht jou namelijk een forse afrekening. Je bent dan loonheffing verschuldigd van maximaal 52% over de commerciële waarde van het opgebouwde pensioen. Die is aanzienlijk hoger dan de waarde van de pensioenaanspraak op de fiscale balans van de bv en je betaalt ook nog 20% revisierente. Onderneem de acties daarom voor 1 april 2017.

2. Win advies in over jouw mogelijkheden met je pensioen in eigen beheer

Naast het stopzetten van het fiscaal vriendelijk opbouwen van pensioen in eigen beheer, biedt de wetgeving vanaf 2017 drie mogelijkheden voor het reeds opgebouwd pensioen in eigen beheer:

  1. Fiscaal geruisloos afstempelen naar fiscale waarde gevolgd door afkoop met een korting en zonder revisierente.
  2. Fiscaal geruisloos afstempelen naar fiscale waarde gevolgd door omzetting in een oudedagsverplichting (OV).
  3. Het bevriezen van het bestaande pensioen in eigen beheer.

Afkopen kan in 2017, 2018 en 2019. De korting wordt echter elk jaar lager:

  • 34,5% in 2017
  • 25% in 2018
  • 19,5% in 2019

De korting wordt toegepast op de fiscale waarde per 31 december 2015. Koop je af in 2017, dan ben je loonheffing verschuldigd over 65,5% van de fiscale balanswaarde per 31 december 2015. Het verschil tussen de fiscale waarde per afkoopdatum en per 31 december 2015 wordt voor 100% belast. Het jaar van afkoop is niet van invloed op de revisierente: zowel bij afkoop in 2017, als 2018, als 2019 ben je geen revisierente verschuldigd.

Ook omzetten in een oudedagverplichting kan in de jaren 2017, 2018 en 2019. Zet je om in een oudedagverplichting en wil je alsnog afkopen? Dan is dit in de jaren tot en met 2019 nog mogelijk met de korting en zonder revisierente.

Tip:
Welke keuze je moet maken is niet eenvoudig te bepalen. Ook is niet elke keuze altijd mogelijk, bijvoorbeeld omdat liquide middelen voor afrekening met de Belastingdienst ontbreken of omdat de instemming van een ex-partner nodig is. Overleg met een van onze fiscalisten over jouw mogelijkheden en de voor- en nadelen van de mogelijke keuzes in jouw persoonlijke situatie.

3. Overdracht extern verzekerd pensioendeel naar eigen beheer vóór 1 april 2017 nog mogelijk

Heb je ook nog een deel van jouw pensioen extern bij een verzekeringsmaatschappij verzekerd, dan kan dit alleen vóór 1 april 2017 nog worden overgedragen naar pensioen in eigen beheer. Dit kan aantrekkelijk zijn als je het pensioen in eigen beheer wilt afkopen of wilt omzetten in een oudedagverplichting.

Overleg met onze adviseurs of het terughalen van extern verzekerd pensioen raadzaam is. Neem daarbij ook je oorspronkelijke redenen om het pensioen extern te verzekeren in afweging. Houd er bovendien rekening mee dat bij afkoop de korting niet kan worden toegepast op dit deel van het pensioen, omdat dit op 31 december 2015 nog niet in eigen beheer verzekerd was.

Tip:
Zorg dat het extern verzekerd pensioenkapitaal uiterlijk 31 maart 2017 is overgedragen. Wil je de externe opbouw van pensioen juist voortzetten? Maak dan een nieuwe pensioenbrief op. Hierin moet worden vastgelegd dat alleen de extern ondergebrachte pensioenaanspraken worden voortgezet.

4. Overleg met je (ex)partner over pensioen in eigen beheer

Als je het pensioen in eigen beheer wilt afstempelen, afkopen en/of wilt omzetten zal je (ex)partner moeten instemmen. Deze handelingen hebben namelijk ook gevolgen voor zijn/haar pensioenrechten. Houd hier rekening mee als je nadenkt over het pensioen in eigen beheer en overleg met je (ex)partner.

5. Eindelijk weer dividend uitkeren na afkoop of omzetting pensioen in eigen beheer?

Vanwege het pensioen in eigen beheer kan in veel gevallen op dit moment geen dividend uitgekeerd worden. Door afkoop of omzetting van het pensioen in eigen beheer zal het eigen vermogen van de bv verbeteren. De mogelijkheid om dividend uit te keren neemt daarmee toe. Bovendien bestaat er dan geen risico meer dat de dividenduitkering wordt aangemerkt als een pensioenafkoop met daarbij behorende enorme belastingaanslagen.

Let op!
Alvorens je dividend uit kunt keren zal de algemene vergadering (van aandeelhouders) eerst moeten vaststellen of het eigen vermogen ook na de uitkering groter is dan de wettelijke en statutaire reserves (balanstest). Hierna moet het bestuur nog goedkeuring geven. Deze goedkeuring kan niet worden gegeven als het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de bv na uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden (uitkeringstoets).

6. Minder vennootschapsbelasting vanaf 2018

Je hebt er dit jaar nog niets aan, maar het is wel een goed vooruitzicht. De vennootschapsbelasting wordt vanaf 2018 namelijk verminderd door een stapsgewijze verlenging van de eerste tariefschijf (20%). In 2018 wordt de eerste tariefschijf verlengd van 200.000 euro naar 250.000 euro, in 2020 van 250.000 euro naar 300.000 euro en in 2021 van 300.000 euro naar 350.000 euro.

7. Voorkom belastingrente: verzoek om een voorlopige aanslag

Met betrekking tot de aanslag vennootschapsbelasting 2015 rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2016 een rente van 8%! Voorkom dat je deze hoge rente verschuldigd wordt en controleer of jouw voorlopige aanslag juist is. Is deze te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan.

Tip:
Vraag ook om een lagere voorlopige aanslag als je voorlopige aanslag te hoog is. In tegenstelling tot vroeger kun je niet meer “sparen” bij de Belastingdienst. De Belastingdienst vergoedt namelijk over het algemeen geen rente meer over een te hoge aanslag.

8. Houd rekening met ‘nexusbenadering’ en toegangscriteria in de innovatiebox

Met de innovatiebox kan het belastingtarief in de vennootschapsbelasting op winst uit innovatieve activiteiten worden verlaagd. Vanaf 2017 worden de nexusbenadering en toegangscriteria in de innovatiebox geïntroduceerd. De nexusbenadering betekent dat een deel van de voordelen uit innovatieve activiteiten niet in aanmerking komt voor de innovatiebox. Dit is het geval als een gedeelte van de uitgaven verband houdt met het uitbesteden van speur- en ontwikkelingswerk aan een verbonden lichaam (dochter- moeder- of zustermaatschappij).

Het toegangsticket voor de innovatiebox wordt de S&O-verklaring. Bij een nettogroepsomzet van meer dan 50 miljoen euro per jaar (250 miljoen euro in vijf jaar) of brutovoordelen uit innovatieve activa van meer dan 7,5 miljoen euro per jaar (37,5 miljoen euro in vijf jaar), moet vanaf 2017 naast de S&O-verklaring een tweede toegangsticket worden overlegd. Denk hierbij aan een octrooi, naar hun aard met octrooien vergelijkbare rechten als utility models, kwekersrechten, et cetera.

9. Strengere voorwaarden bij een VBI

In een VBI (een vrijgestelde beleggingsinstelling) zijn de beleggingsresultaten van beleggingen onder voorwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Tot 20 september 2016 15:15 uur kon je overtollig vermogen uit een bv fiscaal geruisloos afsplitsen naar een VBI. Vanaf die datum kan dit niet meer en moet in box 2 worden afgerekend over de positieve aanmerkelijkbelangclaim.

Tip:
Indien het verzoek om de VBI-status te verlenen voor 20 september 2016 15:15 uur bij de Belastingdienst is ingediend, kun je nog geruisloos afsplitsen. Ditzelfde geldt als voor die datum al vooroverleg of daaropvolgende correspondentie met de Belastingdienst heeft plaatsgevonden over de VBI-status.

Daarnaast wordt voortaan box 3-vermogen dat wordt ondergebracht in een VBI maar binnen 18 maanden weer terugkomt in box 3, gedurende al die tijd zowel in box 2 als box 3 belast.

Tip:
De belastingplichtige die aannemelijk maakt dat het vermogen om zakelijke reden binnen 18 maanden weer naar box 3 gehaald is, kan dubbele heffing (in box 2 en 3) voorkomen.

Tenslotte wordt het forfaitair rendement uit een VBI vanaf 2017 gelijk aan het hoogste rendement in box 3 (in 2017 5,39%).

10. Lager gebruikelijk loon voor innovatieve startups

Word je voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering in 2017 als starter aangemerkt? Dan kun je het gebruikelijk loon vanaf 2017 vaststellen op het wettelijk minimumloon. Deze maatregel geldt op dit moment tot 1 januari 2022, maar kan eventueel verlengd worden.

Tip:
Ook in 2016 kun je waarschijnlijk al een lager gebruikelijk loon vaststellen. Wil je hierover zekerheid, dien dan een verzoek in bij de Belastingdienst.

11. Lager gebruikelijk loon voor andere dga’s

Ook dga’s die niet als dga van een innovatieve startup worden aangemerkt, kunnen het gebruikelijk loon onder voorwaarden lager vaststellen dan 44.000 euro. Er geldt namelijk een tegenbewijsregeling voor de hoofdregel dat het loon van een dga het hoogste van de volgende bedragen bedraagt:

    • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
    • het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen);
  • 44.000 euro.

Let op!
Om het loon lager dan 44.000 euro vast te stellen, moet je aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan 44.000 euro. Lukt dat niet dan bedraagt het gebruikelijk loon altijd minimaal 44.000 euro.

12. Zorg ervoor dat de leningsovereenkomsten met jouw bv zakelijk zijn

De leningsovereenkomsten die je sluit met jouw bv, moeten zakelijk zijn. Een lening is over het algemeen zakelijk als ook een onafhankelijke derde een dergelijke lening onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden zou aangaan of verstrekken. Dit betekent dat de lening in ieder geval zakelijke voorwaarden moet bevatten. Of een leningsovereenkomst zakelijk is, zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden en is geheel afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden. Een aantal aandachtspunten hierbij, zijn:

  • Schriftelijke vastlegging van de leningsovereenkomst met daarin een aflossingsschema,
  • een terugbetalingsverplichting,
  • zakelijke afspraken over de gevolgen wanneer jij of de bv zich niet aan de afspraken houdt of kan houden,
  • zekerheden en uiteraard een zakelijke rente.

Tip:
Overleg met een van onze fiscalisten of jouw leningsovereenkomsten zakelijk zijn en wat de fiscale gevolgen kunnen zijn.

huizenkoper

13 fiscale tips voor woningbezitters-, -kopers en -verkopers

Fiscalisten Coöperatie geeft tips! Ben jij een woningbezitter of van plan een woning te kopen of te verkopen? De fiscale regelingen zijn vaak niet datgene waar je uitvoerig mee bezig wilt zijn. Toch kan het goed zijn voor je portemonnee om je er in te verdiepen. Wij helpen je hierbij. Met onze tips kun jij betere fiscale keuzes maken. Is er iets onduidelijk of heb je vragen? Vul dan het contactformulier aan de rechterkant in.

Huis kopen of verkopen? Klik op een tip om er meer over te lezen.

1. Wacht met schenken voor de eigen woning tot 2017

Per 1 januari 2017 wordt de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning verhoogd naar 100.000 euro. Wacht daarom nog even als je wilt schenken voor de eigen woning. De beperking dat de schenking moet zijn gedaan van een ouder aan een kind, komt per 1 januari 2017 ook te vervallen. Hierdoor kan er ook buiten de gezinssituatie gebruik worden gemaakt van deze vrijstelling. Wel blijft de beperking van kracht dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar moet zijn. Is de begunstigde zelf 40 jaar of ouder, maar zijn partner nog niet, dan mag de schenkingsvrijstelling ook worden toegepast. Degene die de schenking ontvangt, moet deze gebruiken voor de eigen woning. Het gaat om de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning en de aflossing van de eigenwoningschuld of de restschuld na verkoop van de eigen woning.

Let op!
De verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is eenmalig. De verkrijger kan hier maar eenmaal per schenker gebruik van maken. Heb je als schenker ten aanzien van dezelfde verkrijger in 2010 tot en met 2014 al gebruikgemaakt van de toenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling? Dan is dit vanaf 2017 niet meer mogelijk. Heb je in 2015 of 2016 eenmalig een bedrag voor de eigen woning onder de verhoogde schenkingsvrijstelling geschonken (maximaal 52.752 euro respectievelijk 53.016 euro) aan een zoon of dochter? Dan mag je dit bedrag in 2017 of 2018 nog aanvullen tot 100.000 euro.

2. Doe in 2016 nog een schenking en verhoog je schenkingsvrijstelling in 2017

Is voor het jaar 2010 al gebruikgemaakt van de toenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling? Wacht dan niet met schenken tot 2017. Een schenking in 2016 kan de vrijstelling in 2017 namelijk behoorlijk verhogen.

In de jaren voor 2010 was het bedrag van de schenkingsvrijstelling maar ongeveer de helft van het huidige bedrag. Om die reden kan vanaf 2010 nogmaals een beroep op de verhoogde vrijstelling worden gedaan tot een bedrag van 27.570 euro (bedrag 2016). Is hiervan tot en met 2016 geen gebruikgemaakt, dan bedraagt de vrijstelling vanaf 2017 nog maar 27.517 euro. Is echter in de jaren 2015 of 2016 wel een beroep hierop gedaan, dan kan in 2017 of 2018 nog gebruik worden gemaakt van een vrijstelling van 46.984 euro! 

Tip:
Ingewikkeld? Ja. Maar zo heeft de wetgever het nu eenmaal bedacht. Onthoud echter de belangrijkste conclusie dat schenking in 2016 voor een totale nog te gebruiken vrijstelling van 74.554 euro zorgt, terwijl schenking in 2017 nog maar een totale vrijstelling van 27.517 euro oplevert. Overleg daarom met een van onze fiscalisten over jouw schenkingsplanning.

3. Gebruik schenkingsvrijstelling van 100.000 euro al in 2016 door te lenen

Als je het één en ander juist vormgeeft, kan ook in 2016 al gebruik worden gemaakt van de vrijstelling van 100.000 euro. De schenkingsvrijstelling geldt namelijk niet alleen voor de aankoop van een eigen woning, maar ook voor de aflossing van een eigenwoningschuld. Door nu in 2016 een bedrag van 100.000 euro te lenen voor de eigen woning, kan ditzelfde bedrag in 2017 of later vrijgesteld geschonken worden ter aflossing van de lening.

Let op!
De lening moet wel kunnen worden aangemerkt als een eigenwoningschuld. Hiervoor gelden strenge voorwaarden, waaronder dat de lening ten minste annuïtair in maximaal 30 jaar moet worden afgelost. Voldoet de lening niet aan de gestelde voorwaarden? Dan bestaat er geen recht op renteaftrek. Vanaf 2017 kan op dat moment ook geen beroep gedaan worden op de schenkingsvrijstelling van 100.000 euro. Laat je hier dus goed over adviseren!

4. Combineer schenken en lenen voor eigen woning

Je kunt ook in 2016 al gebruikmaken van de hoge vrijstelling van 100.000 euro door in 2016 tot een bedrag van 53.016 euro een schenking te doen onder de huidige verhoogde schenkingsvrijstelling en daarnaast een lening voor de eigen woning te verstrekken tot een bedrag van 46.984 euro. In 2017 of 2018 kan dan eenzelfde bedrag vrijgesteld geschonken worden ter aflossing van de lening.

Tip:
Bij deze route kan het bedrag van de lening vanaf 2019 niet meer vrijgesteld geschonken worden. Overleg daarom met een van onze fiscalisten of deze schenkingplanning in jouw situatie het meest ideaal is.

5. Spreid de schenking over drie jaren en voorkom boeterente

Vanaf 2017 is het ook mogelijk om de hoge schenkingsvrijstelling van 100.000 euro te gebruiken voor een schenking die je spreidt over drie achtereenvolgende jaren. Als de ontvanger van de schenker deze gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld, kan hierdoor de boeterente misschien (deels) worden voorkomen.

6. Los je geringe hypotheekschuld af

Als je geen hypotheekrente in aftrek brengt, hoef je ook geen eigenwoningforfait bij te tellen. Om die reden kan het verstandig zijn om een lage hypotheekschuld af te lossen. Bijkomend voordeel is dat hiermee ook je box 3-vermogen lager wordt en je dus ook minder belasting in box 3 betaalt. Uiteraard moet je dan wel zorgen dat je uiterlijk 31 december 2016 aflost.

Let op!
Laat de voorkoming van het eigenwoningforfait en de verlaging van de belasting in box 3 geen doel op zich zijn. Bedenk daarom vooraf of je mogelijk op een later moment geen ander bestedingsdoel hebt voor het voor de aflossing gebruikte box 3-vermogen.

7. Aflossen oude spaar- of beleggingshypotheek sneller mogelijk

Heb je nog een spaar- of beleggingshypotheek dan kun je over het algemeen pas na 15 of 20 jaar gebruikmaken van een vrijstelling op het spaar- of beleggingsgedeelte. Gebruik je dit spaar- of beleggingsgedeelte al eerder voor aflossing van je hypotheek dan is de vrijstelling niet van toepassing en moet je inkomstenbelasting betalen. In de toekomst wordt dit ook mogelijk zonder inkomstenbelasting te betalen. Op een nog nader bekend te maken tijdstip wordt namelijk de vrijstelling ook van toepassing als de 15 of 20 jaar nog niet verstreken zijn.

Tip:
Zijn de 15 of 20 jaar voor jouw spaar- of beleggingshypotheek nog niet verstreken? Wacht dan nog even met het gebruiken van het spaar- of beleggingsgedeelte. Binnenkort kun je namelijk zonder inkomstenbelasting te betalen hiermee aflossen op je hypotheek. Ga je verhuizen, dan hoef je niet te wachten. Voor verhuissituaties is namelijk nu al geregeld dat de vrijstelling kan worden toegepast.

8. Restschuld na verkoop? Rente is aftrekbaar

Verkoop je jouw woning en blijf je met een restschuld zitten? Dan kun je voorlopig de rente op deze restschuld nog in aftrek brengen. De regeling geldt voor rente die je betaalt op een restschuld die is ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017. De maximale periode voor aftrek van rente op restschulden bedraagt vijftien jaar.

Tip:
Ontvang je een schenking voor de eigen woning, dan mag je dit bedrag ook gebruiken om de restschuld mee af te lossen.

9. Onderzoek rentemiddeling

Rentemiddeling biedt een mogelijkheid om tegen een lagere hypotheekrente te lenen zonder dat ineens de boeterente vanwege vervroegd aflossen betaald hoeft te worden. Bij rentemiddeling wordt de boeterente namelijk niet ineens verschuldigd, maar uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode. Hiermee wordt een lagere hypotheekrente ineens bereikbaar voor een veel grotere groep. Onderzoek daarom of in jouw situatie rentemiddeling een mogelijkheid is.

10. Dubbele woonlasten? Maak gebruik van de verhuisregelingen

Staat jouw voormalige, leegstaande woning te koop of ben je nog niet verhuisd maar heb je al wel een nieuwe woning aangeschaft? Dan heb je gedurende het jaar waarin de woning leeg kwam te staan en de drie jaren daarna renteaftrek voor beide woningen. Staat jouw voormalige eigen woning na de verhuur weer leeg, dan heb je wederom recht op hypotheekrenteaftrek tot het einde van dezelfde driejaarstermijn van de verhuisregeling.

Let op!
Eindigt de verhuurperiode van je woning na deze driejaarstermijn? Dan gaat jouw woning bij aanvang van de verhuurperiode definitief over naar box 3.

11. Betaal hypotheekrente vooruit

Valt jouw inkomen in 2017 in een lager tarief dan in 2016 en/of wil je jouw box 3-vermogen verlagen? Dan is het mogelijk financieel aantrekkelijk om in 2016 je hypotheekrente vooruit te betalen. Jouw hypotheekrente wordt in 2016 dan nog afgetrokken tegen het hogere tarief en jouw box 3-vermogen per 1 januari 2017 zal lager zijn.

Let op!
Je mag maximaal de in 2016 vooruitbetaalde hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2017 in 2016 in aftrek brengen.

12. Plan de verkoop eigen woning slim rondom de jaarwisseling

Verkoop je je eigen woning? Dan kan het financieel nadelig zijn wanneer de overdracht bij de notaris voor 1 januari 2017 plaatsvindt. Als je de ontvangen koopsom namelijk niet direct gebruikt voor de aankoop van een nieuwe eigen woning, valt deze per 1 januari 2017 in box 3. Je kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 2 januari 2017.

Tip:
Plan de overdracht van je eigen woning bij de notaris slim en bespaar box 3-heffing. Draagt je je eigen woning bij de notaris over voor 1 januari 2017? En wend je de ontvangen koopsom nog voor 1 januari 2017 aan voor de koop van een nieuwe eigen woning bij de notaris? Dan valt de ontvangen koopsom niet in box 3.

13. Plan de koop eigen woning slim rondom de jaarwisseling

Koop je een eigen woning en betaal je deze aankoop (gedeeltelijk) met eigen geld? Dan kan het financieel nadelig zijn wanneer de overdracht bij de notaris na 1 januari 2017 plaatsvindt. Het eigen geld behoort dan namelijk per 1 januari 2017 nog tot jouw vermogen in box 3. Je kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 30 december 2016.

Let op!
Het schuiven met de datum is niet altijd eenvoudig omdat jouw verkoper mogelijk een tegenovergesteld belang heeft.

Zelfstandige werkruimte

Zelfstandige werkruimte aan huis? Loop geen aftrekbare kosten mis

Als je een fiscaal zelfstandige werkruimte aan huis hebt, zijn er zakelijke kosten die aftrekbaar zijn van de belasting. Het is belangrijk om te checken wanneer kosten wel of niet aftrekbaar zijn. Zo zul je eerst moeten nagaan of jouw werkruimte een zelfstandige ruimte is. Kun je de ruimte bijvoorbeeld aan iemand anders verhuren, zoals een verbouwde garage met eigen toilet, ingang, et cetera?

Aftrekbaarheid afhankelijk van je inkomen

De locatie waar je je inkomen verdient is ook een criterium voor eventuele aftrekbaarheid:

  • Als je alleen thuis een werkruimte hebt, moet je tenminste 30% van de winst in die werkruimte verdienen (en eventuele loon- en neveninkomsten). Gebruik je de werkruimte als uitvalsbasis om bijvoorbeeld met klanten af te spreken, dan moet je tenminste 70% van de winst in of vanuit de werkruimte verdienen.
  • Heb je nog een andere werkruimte? Dan moet in de werkruimte thuis in elk geval 70% van de winst worden verdiend.

Ja! Ik heb een zelfstandige werkruimte

Maximaal 4% van de waarde van jouw werkruimte kun je dan aan jezelf in rekening brengen als gebruiksvergoeding. Dit geldt ook voor een werkruimte in een huurwoning. Voor jouw onderneming zijn dit aftrekbare kosten.

Heb je geen huurwoning, maar een eigen woning? Dan moet je berekenen wat de waarde is van jouw werkruimte, het gedeelte van jouw werkruimte in de hypotheek en dat in box 3 aangeven. De hypotheekrente die aan de werkruimte is toe te rekenen, is niet (meer) aftrekbaar in box 1. Wat je wel kunt doen als je de werkruimte tot het ondernemingsvermogen rekent, is de werkruimte met het bijbehorende gedeelte van de hypotheek op de balans zetten. Dan is de hypotheekrente namelijk wel weer aftrekbaar. Het nadeel? Als je je eigen woning verkoopt voor een hogere waarde, wordt de waardestijging van de werkruimte belast.

Getrouwd, maar niet in gemeenschap van goederen

Als jouw partner eigenaar is van de woning en de werkruimte aan jou ter beschikking stelt, dan moet je partner voor zijn/haar aandeel in de werkruimte het ‘resultaat uit overige werkzaamheid’ (TBS-regeling in Box 1) aangeven. Ook moet hij/zij de werkruimte op de balans zetten. Alle kosten, inclusief hypotheekrente, zijn aftrekbaar. Als hij/zij het huis later verkoopt, is de winst of het verlies toe te rekenen tot het resultaat uit overige werkzaamheden.

Hoe zit het met BTW?

Als je de BTW wilt kunnen aftrekken, moet jouw werkruimte een ‘fiscaal kwalificerende werkruimte’ zijn. Als je aan het inkomenscriterium én aan het zelfstandigheidscriterium voldoet, dan kun je de BTW aftrekken.

In de praktijk

Omdat elke situatie anders is, zien wij in de praktijk veel verschillende vormen van werkruimten aan huis die wel of niet aan de voorwaarden voldoen. Er zijn voor elke situatie dan ook vaak meerdere oplossingen te bedenken. Wij adviseren je hier graag over.

Heb je vragen hierover of wil je advies? Bel 035-6315520 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl.

forfaitair rendement

Alles over het forfaitair rendement: levert jouw vermogen straks meer op?

In de Belastingplannen 2016 werd voorgesteld om Box 3 inkomstenbelasting per 1 januari 2017 ingrijpend te wijzigen. De belasting is namelijk nog steeds gebaseerd op een vastgesteld (forfaitair) rendement van 4%. Er wordt nu opnieuw naar gekeken, zodat de heffing meer in lijn komt met de echte rendementen op het spaar- en beleggingsvermogen.

Forfaitair rendement: meer betalen dan het oplevert

Stel, je hebt € 100.000 spaargeld en € 100.000 aan beleggingen. Je betaalt dan over het rendement van dit totale vermogen 30% inkomstenbelasting. Het forfaitair rendement staat vastgesteld op 4%, dus je betaalt € 2.400 inkomstenbelasting. Maar wat als het daadwerkelijk rendement maar 1% is? Dan zijn je inkomsten slechts € 2.000. Je betaalt dus € 400 meer aan belasting dan dat je spaargeld en beleggingen opleveren. Als je daadwerkelijke rendement zou worden belast in Box 3, dan zou je inkomstenbelasting betalen over slechts € 2.000. Dit betekent dat er dan € 600 aan inkomstenbelasting gerekend wordt. Dit is heel wat lager! 

Wat als Box 3 per 1 januari 2017 gewijzigd wordt?

De voorkeur van de Tweede Kamer is een Box 3-heffing op basis van het echte rendement. Daarom heeft het kabinet voorgesteld om het vastgesteld rendement vanaf 2017 te baseren op de landelijke gemiddelde verdeling van het Box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen. Periodiek wordt dan gekeken of het forfaitair rendement nog steeds aansluit bij de werkelijkheid. Over het spaardeel en het beleggingsdeel van het vermogen wordt dan een vastgesteld rendement gerekend, gebaseerd op de in het verleden behaalde rendementen. Elk jaar wordt dit vastgesteld rendement opnieuw bepaald, op basis van de meest recente gegevens. Dit is natuurlijk nog steeds niet hetzelfde als het werkelijk behaalde rendement in het betreffende belastingjaar. Op dit moment wordt onderzocht of het mogelijk is om het werkelijke rendement te belasten.

Drie belastingschijven in Box 3

In de nieuwe regeling zou het Box 3-vermogen worden verdeeld over drie schijven, met per schijf een gemiddelde vermogensmix. Dit leidt tot een oplopend vastgesteld/forfaitair rendement (zie de tabel). Het heffingsvrije vermogen wordt per 2017 verhoogd naar € 25.000 per persoon. Voor fiscale partners wordt dit verhoogd naar € 50.000. In 2016 was dit € 24.437 per persoon en € 48.874 voor fiscale partners. Die vrijstelling wordt in de eerste vermogensschijf in aanmerking genomen. Het tarief van de inkomstenbelasting blijft 30%, ongeacht de omvang van het vermogen.

Belastingschijven Box 3

Vermogen
meer dan:
Vermogen
niet meer dan:
Vermogensmix
Forfaitair
rendement
             0      25.000 Vrijgesteld
     25.000    100.000 67% sparen + 33% beleggen 2,91%
   100.000 1.000.000 21% sparen + 79% beleggen 4,69%
1.000.000              – 100% beleggen 5,50%

 Heb jij te maken met de nadelige gevolgen van het in Box 3 vastgesteld rendement?

In onze praktijk komen wij regelmatig klanten met Box 3-vermogen tegen, voor wie het vastgesteld rendement van 4% al lang niet meer realistisch is. Zij moeten hierdoor vaak meer belasting betalen dan dat de spaarrekeningen aan rente opleveren. De gemiddelde rente op spaarrekeningen bedraagt op dit moment nog ongeveer maximaal 1% en de rente daalt nog steeds.

Hoewel het belastbare rendement in Box 3 waarschijnlijk steeds meer in lijn zal worden gebracht met de realiteit, kan het hebben van Box 3-vermogen op dit moment nog steeds meer geld kosten dan dat het daadwerkelijk oplevert. Wat moet je doen als de rente nog verder daalt? Hoe moet je handelen als de spaarrente zelfs negatief zou worden? Neem contact met ons op voor advies.

Heb je vragen hierover? Bel 035-6315520 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl.

schenkingsvrijstelling

Terug van weggeweest: verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.000

De verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.000 is vanaf 1 januari 2017 terug van weggeweest. Hoe zat het ook alweer? Iedereen mag een vrijgestelde schenking van € 100.000 aan een ander doen. Dat kan een gezinslid, een familielid, maar ook een vriend of vriendin zijn. Hier moet je op letten:

  • Deze persoon moet in de leeftijdsgroep van 18 jaar tot 40 jaar vallen;
  • Het bedrag moet worden gebruikt in verband met de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van zakelijke rechten (zoals erfpacht) van die eigen woning, voor de aflossing van de schuld van de eigen woning of een restschuld van de vervreemde eigen woning;
  • De begunstigde mag niet eerder gebruik hebben gemaakt van de verruimde vrijstelling.

Dit is natuurlijk goed om te weten, maar het wordt er wel ingewikkeld van. Hoe gaat het als er bijvoorbeeld in 2015 gebruik is gemaakt van de huidige (lagere) vrijstelling voor de eigen woning? Er is gelukkig wel overgangsrecht (in de maak). Volgens het overgangsrecht mag er in de jaren 2017 of 2018 nog van de verruimde vrijstelling voor de eigen woning gebruik worden gemaakt. Maar ook andere voorbeelden zijn denkbaar, iedere situatie is immers anders. Laat je daarom goed informeren!

Heb je vragen hierover? Bel 035-5447273 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl! Kijk hier voor meer nieuws over schenken en erven.

Cor van Erk

9 vragen aan een fiscalist: Cor van Erk

Cor van Erk is bestuurslid van Fiscalisten Coöperatie. Maar wie is Cor van Erk, waarom is hij lid van Fiscalisten Coöperatie en wat is zijn expertise? Lees hier meer!

1. Hoe zouden je collega-fiscalisten jou omschrijven?

Collega Eva vindt Cor: ‘Een sociale en ondernemende fiscalist, die weet wat hij wil, pragmatisch is ingesteld en voor klanten altijd de beste oplossing bedenkt.’

2. Hoe houd je jouw cliënten tevreden?

Door duidelijke afspraken met hen te maken en altijd zo hoog mogelijke kwaliteit proberen te leveren. Mijn cliënten blijven tevreden doordat ik met hen blijf communiceren over de voortgang en altijd bereikbaar ben voor vragen.

3. Wat is jouw beste persoonlijke ervaring als fiscalist?

Soms weten particulieren zich even geen raad meer. Ik probeer hen dan weer toekomst te geven door duidelijke afspraken te maken met de Belastingdienst. Het geeft mij voldoening als ik de Belastingdienst bij meer complexe fiscale klussen het vertrouwen kan geven niet altijd te kiezen voor de harde letter van de wet, maar voor een meer pragmatische uitkomst. Dit geeft vaak het beste resultaat voor mijn cliënten.

4. Hoe haal jij voldoening uit je werk?

Klanten met een tevreden gevoel de deur uit zien lopen en zoveel mogelijk werk gedaan krijgen in één dag.

5. Wat is je motto?

Een focus op belastingbesparing is belangrijk maar nooit leidend. Iedere situatie is weer anders en de persoon achter de specifieke zaak is daarbij juist het belangrijkst.

6. Wat doe jij in je vrije tijd?

Ik kan uren inrichtingen van huizen bekijken op Funda.nl. Fascinerend hoe creatief mensen zijn!

7. Waarom heb je ervoor gekozen om samen te werken in Fiscalisten Coöperatie?

Onderdeel zijn van een groep zorgt ervoor dat je sterker bent: er zijn meerdere expertises in huis en het heeft ook een belangrijk sociaal aspect. Tegelijkertijd werk je in een coöperatie zelfstandig.

8. Wat zijn jouw expertises?

Het MKB, overleg met de Belastingdienst, coöperaties, innovatiebox.

9. Hoe omschrijf jij Fiscalisten Coöperatie in drie woorden?

Toegankelijk, coöperatief en kennis van zaken.

Wil jij meer weten over Cor van Erk en eventueel zijn expertise als fiscalist inschakelen? Neem dan contact met hem op via het contactformulier aan de rechterkant.

eigen woning verhuren

Je eigen woning verhuren: hoe werkt dat fiscaal gezien?

Heb jij weleens overwogen om je eigen woning tijdelijk of langdurig te verhuren? Of misschien niet je gehele woning, maar een kamer of etage? Bij verhuur komt fiscaal gezien een hoop kijken. Er zijn verschillende regelingen en voorwaarden waarop je moet letten. Lees verder als jij wilt weten wat er komt kijken bij het verhuren van je woning.

De regels zijn soepeler geworden

De regeling voor het hebben van een eigen woning (en dus de hypotheekrenteaftrek) was normaal gesproken alleen geldig als je je woning niet verhuurde. Sinds 1 januari 2010 is de eigenwoningregeling aangepast. Door deze aanpassing wordt het voor woningeigenaren mogelijk om hun huis (tijdelijk) te verhuren, zonder dat de eigen woning fiscaal gezien in Box 3 belandt.

Wat kan er zonder de aangepaste regeling gebeuren als je je woning verhuurt aan derden?

  • Je eigen woning verschuift in de aangifte inkomstenbelasting van box 1 naar box 3;
  • Je krijgt geen hypotheekrenteaftrek meer;
  • Je krijgt 1,2% heffing over de waarde van de woning (minus je hypotheekschuld).

Woning via Airbnb verhuren

Je huis of een deel van je huis via Airbnb verhuren wordt steeds populairder. Je kunt er dan ook aardig wat mee bijverdienen. Bij verhuur van korte perioden (maximaal enkele weken) blijven de eigenwoningregeling en dus ook de hypotheekrenteaftrek gewoon gelden. Wel moet in de aangifte inkomstenbelasting naast het eigenwoningforfait (het fictieve voordeel uit eigen woning), 70% van de opbrengst van de verhuur worden opgegeven als voordeel uit eigen woning (Box 1).

Sommige kosten kunnen in aftrek worden gebracht, zoals: gas-, water- en elektriciteitsgebruik door de huurder, bemiddelingskosten en verleende diensten (bijvoorbeeld het verstrekken van linnengoed). Als je voor deze kosten een afzonderlijke vergoeding vraagt, dan is deze vergoeding niet belast maar zijn de kosten ook niet aftrekbaar.

Andere fiscale zaken waar je rekening mee moet houden als je je woning verhuurt via Airbnb, zijn:

  • Toeristenbelasting
  • Onderhoudskosten
  • Commissie voor Airbnb
  • Eventueel BTW

Langdurige verhuur

Steeds meer mensen verhuren hun woning voor langere tijd, bijvoorbeeld gepensioneerden met een tweede huis in het buitenland. Voor iemand die enkele maanden of langer in het buitenland verblijft, is het heel voordelig en ook praktisch om de woning in Nederland te verhuren. Zo blijft de woning niet te lang leegstaan en kunnen ook de doorlopende kosten gedekt worden. Daar zijn echter wel gevolgen voor de inkomstenbelasting aan verbonden.

Bij langdurige verhuur eindigt de eigenwoningregeling (Box 1) en dus ook de hypotheekrenteaftrek. De woning en de hypotheekschuld moeten hierdoor in de aangifte inkomstenbelasting worden opgenomen in Box 3. De waarde van de woning wordt hierin, na aftrek van de hypotheekschuld op 1 januari van het jaar, belast met 1,2%. De huuropbrengsten zijn onbelast.

Let op: als verhuur van de woning aan derden op grond van de hypotheekakte niet is toegestaan, dan moet vooraf overleg met de bank plaatsvinden.

Uitzondering: langdurige kamerverhuur

Een uitzondering op de verschuiving naar Box 3 is de vrijstelling voor langdurige kamerverhuur.

Niet-tijdelijke verhuur van woonruimte (denk aan kamers of etages) zou in eerste instantie geen onderdeel meer zijn van de eigen woning. Dit betekent dat die kamer of etage en de daarmee gedeeltelijke hypotheekschuld in Box 3 van de aangifte inkomstenbelasting zou gaan vallen. Het belang zit hem in het kunnen aftrekken van de hypotheekrente. Deze zou dan ook worden beperkt. In zo’n geval kan het fiscaal voordeliger zijn om het verhuurde deel ook onder de eigen woning te laten vallen. Dit mag onder de volgende voorwaarden:

  • De opbrengst is maximaal € 5.069 (in 2016);
  • De verhuurde ruimte is geen zelfstandig onderdeel van de eigen woning (eigen ingang);
  • Verhuur is niet tijdelijk;
  • Zowel de verhuurder als de huurder staan bij de gemeente ingeschreven op hetzelfde adres.

Voor de inkomstenbelasting moet dan het eigenwoningforfait van de hele woning als inkomsten worden aangegeven en kan de hypotheekrente van de hele woning als aftrekpost worden aangegeven. Als er niet wordt voldaan aan de voorwaarden, dan valt het verhuurde deel van de woning en dat gedeelte van de hypotheekschuld wél in Box 3.

Heb je vragen hierover? Bel (0)35 6315520 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl.