pensioen

Pensioen niet meer in eigen beheer? Twee manieren om uit te faseren

Met ingang van 1 april 2017 is het niet meer mogelijk om nog in de eigen BV fiscaal gefaciliteerd nieuwe pensioenaanspraken op te bouwen. We zien in onze praktijk dat veel DGA’s (directeur-grootaandeelhouders) daarom kiezen voor uitfasering van het pensioen in eigen beheer. Dit kan conform de Wet van 8 maart 2017.

De uitfasering van pensioen in eigen beheer kan op de volgende manieren plaatsvinden:

Keuze 1

Koop de opgebouwde pensioenaanspraak fiscaal gefaciliteerd af. Dit kan tot 31 december 2019.

  • Fiscaal geruisloze afstempeling: van hogere waarde in het economische verkeer naar lagere fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting.
  • Gevolgd door afkoop: er moet loonbelasting worden berekend over de fiscale balanswaarde (= heffingsgrondslag). De grondslag wordt verlaagd met een korting.

Lees meer over deze mogelijkheid


Keuze 2

Als je niet wil afkopen, is het mogelijk om na het geruisloos afstempelen de pensioenaanspraak om te zetten in een zogenoemde oudedagsverplichting. Voor een oudedagsverplichting gelden andere regels dan voor de pensioenaanspraak vanuit de BV.

Lees meer over deze mogelijkheid


Actiepunten die DGA’s vóór 1 juli 2017 moeten ondernemen:

  1. Pensioen moet premievrij gemaakt worden
  2. Pensioenbrief moet worden aangepast
  3. Instemming (ex-)partner voor beëindiging pensioen
  4. Belastingdienst informeren

 

Keuze 1: Afstempelen en vervolgens afkopen

Een eerste stap bij de afkoop van het pensioen in eigen beheer, is het fiscaal geruisloos afstempelen van de pensioenaanspraak naar het niveau van de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting. Fiscaal geruisloos houdt in dat er geen loonbelasting, vennootschapsbelasting of revisierente is verschuldigd. Uitgangspunt voor de heffingsgrondslag bij afkoop is dus niet de waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraak vóór afstempeling, maar de lagere fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting vóór de afstempeling.

De afkoop wordt gestimuleerd doordat er een korting op de grondslag wordt verleend. Verder is fiscaal gefaciliteerde afkoop slechts mogelijk gedurende drie jaren (2017, 2018 en 2019).

De korting neemt per jaar af:

  • tot en met 31 december 2017 geldt een korting van 34,5%,
  • in 2018 bedraagt de korting 25%,
  • en in 2019 is de korting 19,5%.

De kortingen zijn alleen van toepassing op het deel van de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting die gold op 31 december 2015. Over de waardestijging na die datum gaat geen korting van de grondslag af.

Onder het oude regime was bij afkoop de hele (commercieel gewaardeerde) pensioenaanspraak belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Daarbij werd revisierente van 20% geheven. Door de fiscale faciliteit wordt bij afkoop geen loonbelasting geheven over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale waarde van die verplichting. 

 

Keuze 2: Afstempelen en vervolgens omzetten in een oudedagsverplichting

Bij afkoop wordt er direct loonbelasting geheven. Dit kan ongewenst of onmogelijk zijn omdat er bijvoorbeeld te weinig middelen in de BV aanwezig zijn. Naast de afkoopmogelijkheid is het ook mogelijk om de geruisloos afgestempelde pensioenaanspraak (fiscale waarde van de pensioenaanspraak vóór de afstempeling) om te zetten in een oudedagsverplichting. Deze mogelijkheid bestaat tot 31 december 2019.

Hierdoor blijft het geld in de onderneming en behoudt de DGA een aanspraak voor de toekomst. Op het moment van de omzetting vindt geen belastingheffing plaats. Tijdens de uitkeringsfase zullen de uitkeringen in de loonbelasting worden betrokken. De hoogte van deze oudedagsverplichting ligt wel vast, dat wil zeggen dat hieraan niet kan worden gedoteerd ten laste van de winst. De hoogte van de verplichting zal alleen nog toenemen door oprenting die wettelijk zal worden voorgeschreven.

De uitkeringsfase vangt aan op het moment dat de DGA de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Vanaf dat moment moet de reservering gedurende 20 jaren gelijkmatig worden uitgekeerd aan de DGA. Het is mogelijk de uitkeringen in de vijf jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd al in te laten gaan.

Verder kan de DGA op elk gewenst moment (ook na 2019) besluiten om de oudedagsverplichting te storten op een lijfrenterekening bij een bank.

Bij de keuze voor de oudedagsverplichting heeft de DGA door de fiscaal geruisloze afstempeling de mogelijkheid de dividendklem geheel of gedeeltelijk weg te nemen of zijn dividendruimte te vergroten, zonder dat er moet worden afgerekend. Hierdoor kan er in 2017 al dividend worden uitgekeerd.

Na omzetting kan de DGA alsnog besluiten tot afkoop van de verplichting. Als dat gebeurt voor het einde van 2019, dan heeft de DGA nog de mogelijkheid om die afkoop te laten plaatsvinden met toepassing van de dan geldende kortingen voor afkoop van het pensioen in eigen beheer. Hierbij is geen revisierente verschuldigd. Ook hier geldt de korting alleen over de fiscale balanswaarde zoals die gold op 31 december 2015. Na 2019 zal bij afkoop over de volledige reservering loonbelasting en revisierente verschuldigd zijn.

Als de DGA ten tijde van de omzetting de AOW-gerechtigde leeftijd al heeft gehaald, wordt de uitkeringsperiode van 20 jaar verminderd met het aantal jaren dat de DGA de AOW-gerechtigde leeftijd al heeft bereikt. Wanneer de DGA overlijdt voordat de oudedagsverplichting is afgewikkeld, gaat het recht op nog niet uitgekeerde termijnen over op de erfgenamen.

 

Heb je vragen hierover of wil je advies over jouw specifieke situatie? Bel 035-6315520 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl!

belasting besparen

Aangifte inkomstenbelasting 2016: wij doen een check

Bij je aangifte inkomstenbelasting maak je de balans op. Misschien heb je een accountant die controleert of alles op de juiste manier verwerkt is. Maar daarmee ben je nog niet klaar.Maak een afspraak voor een Fiscaal Consult bij de Fiscalisten Coöperatie om te bekijken of je van alle fiscaal te behalen voordelen gebruikmaakt.

Laat nu je aangifte inkomstenbelasting checken tijdens een fiscaal consult van 125 euro ex. btw. te Bussum.

Neem contact op via het formulier aan de rechterkant, of:

Bel: +31 (0)35 6315520

Mail: info@fiscalistencooperatie.nl

Overige diensten

Fiscalisten Coöperatie staat particulieren, ondernemers en administratiekantoren ook bij met adviezen op diverse fiscale terreinen, zoals:

  • B.V. oprichten
  • B.V. liquideren
  • Fiscale review jaarrekening
  • Due dillegence onderzoek
  • Aangifte vennootschaps- en inkomstenbelasting
  • Pensioen- en stamrecht
  • Schenking/ nalatenschap
  • Ruling innovatiebox
  • Bezwaar- en beroepsprocedures

dga

Ben jij directeur (DGA)? Zo bepaal jij jouw loon.

Met een eigen BV – of als je met jouw BV een belang hebt in een bedrijf – ben je DGA: directeur-grootaandeelhouder. Ondanks dat je geen echte dienstbetrekking bij jouw BV hebt, moet je toch aan jezelf een ‘gebruikelijk’ salaris uitbetalen. Dit salaris is in 2016 wettelijk vastgesteld volgens onderstaande regels:

  1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  2. het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het bedrijf, maar in elk geval € 44.000.

Wellicht klinkt het tegenstrijdig, maar als het salaris van de DGA minstens € 44.000 bedraagt, dan ligt de bewijslast voor een hoger salaris bij de Belastingdienst. De belastinginspecteur moet dan dus onderbouwen waarom het loon van de DGA hoger zou moeten zijn. Als de Belastingdienst bijvoorbeeld kijkt naar regel 2, het salaris van de meest vergelijkbare dienstbetrekking, moet de Belastingdienst daarbij duidelijk aangeven waarop die vergelijking is gebaseerd. Waarom het voor de Belastingdienst zo belangrijk is dat een DGA eventueel een hoger loon aan zichzelf moet uitbetalen? Een DGA die zichzelf in de ogen van de Belastingdienst een lager loon dan gebruikelijk uitbetaalt, zal daardoor minder loonbelasting afdragen dan anderen die geen DGA zijn, maar wel dezelfde werkzaamheden verrichten. Als de Belastingdienst het salaris hoger vaststelt zullen er naheffingsaanslagen worden opgelegd.

Andere regels voor startups

In de Belastingplannen 2017 is aangekondigd dat voor DGA’s van startups een uitzondering zal worden gemaakt op het minimum gebruikelijke loon van € 44.000 (2016). Het gaat om DGA’s van innovatieve bedrijven die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en voor de toepassing van de S&O- afdrachtvermindering als starter worden aangemerkt. Zij mogen met ingang van 2017 een lager gebruikelijk loon met hun BV afspreken, met als ondergrens het wettelijke minimumloon. Zo kunnen startups beter investeren in de ontwikkeling van hun (innovatieve) product(en). Zij hoeven dan geen rekening te houden met de verplichte hoge loonkosten voor henzelf. Deze regeling is tijdelijk, en vervalt in principe weer per 1 januari 2022.

Slim je eigen loon bepalen?

In onze praktijk zien wij veel DGA’s die de hoogte van het DGA-loon moeten bepalen maar nog geen reëel idee daarover hebben. En hoewel elk bedrijf anders in elkaar zit, is een sterke onderbouwing het belangrijkste bij het bepalen van de hoogte van het DGA-loon. Als jij vooraf zekerheid wilt, voeren wij graag overleg met de Belastingdienst. Ook als je dat niet wilt, sta je bij discussie achteraf met een goed onderbouwd verhaal nog steeds 1-0 voor.

Heb je vragen hierover of wil je advies over jouw specifieke situatie? Bel 035-6315520 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl!

BOR

De fiscale voordelen van een schenking of vererving van aandelenbelangen

De Hoge Raad heeft op 22 april 2016 een belangrijke uitspraak gedaan over de toepassing van de BOR (bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf- en schenkbelasting). De toepassing van de BOR levert zeer gunstige belastingvrijstellingen op. Ben jij ondernemer en geïnteresseerd in belastingregelingen met betrekking tot erven en schenken? Lees dan verder.

De BOR

De BOR kan worden toegepast als de erflater een (direct) aandelenbelang van >5% in een (holding-)BV mét ondernemingsvermogen had. Er zijn dus twee vereisten:

  • De BV moet ondernemingsvermogen hebben.
  • De erflater moet een aandelenbelang van >5% in die BV hebben.

Belangrijk is dus om eerst te bepalen of de (holding-)BV zelf ondernemingsvermogen heeft. Is dat het geval dan mag – onder voorwaarden – ook het ondernemingsvermogen van andere vennootschappen aan het vermogen van die holding-BV worden toegerekend. De BOR ziet dan dus niet alleen op het (directe) aandelenbelang van een erfgenaam in een BV, maar ook op het (indirecte) aandelenbelang van een erfgenaam in een vennootschap.

Casus: hoeveel % belang heeft erflater Hans?

Erflater Hans van Grunsven (fictief) overlijdt in november 2010. Hans was in gemeenschap van goederen gehuwd met Anne. Tot de huwelijksgoederengemeenschap hoorde een belang van 6,89% in Van Grunsven BV. Anne heeft door vererving zeven aandelen in Van Grunsven BV verkregen. Van Grunsven BV is een holding-BV met aandelenbelangen in verschillende actieve werkvennootschappen over de hele wereld. Een van die vennootschappen is Dikhout Ltd., waarin Van Grunsven BV ten tijde van het overlijden van Hans een belang hield van 70,6%. Het indirecte belang van Hans in Dikhout Ltd. (via Van Grunsven BV) was daardoor 4,86%.

Kan de BOR toegepast worden?

De vraag is nu of de BOR van toepassing is op het door Van Grunsven BV gehouden belang in Dikhout Ltd. en daardoor op het aandelenbelang van Hans in Van Grunsven BV.

In dit geval krijgt Anne weliswaar een (direct) aandelenbelang van >5% in Van Grunsven BV, maar die heeft zelf geen ondernemingsvermogen. Volgens de inspecteur hoeft er dan niet verder te worden gekeken. De BOR is niet van toepassing op de vererving van de aandelen in Van Grunsven BV aan Anne en al helemaal niet op de (indirect gehouden) aandelen in Dikhout Ltd. Op deze manier levert de BOR geen fiscale voordelen op.

Welke regels past de Rechtbank toe?

De Rechtbank is echter van mening dat bij de bepaling of Van Grunsven BV ondernemingsvermogen heeft, de normale regels van ‘vermogensetikettering’ moeten worden toegepast. Volgens die regels moet het ondernemingsvermogen van de andere vennootschappen worden toegerekend aan het (ondernemings-)vermogen van Van Grunsven BV, omdat de activiteiten van die andere vennootschappen in lijn liggen met die van de Van Grunsven BV. Door deze manier van bepalen of een holding-BV wel of geen ondernemingsvermogen heeft, wordt dus niet alleen veel eerder toegekomen aan de toepassing van de BOR op het (direct) gehouden aandelenbelang van >5% in de holding-BV, maar ook op de (indirect) gehouden aandelenbelangen <5% in de andere vennootschappen.

Inspecteur in hoger beroep bij het Hof, Anne stapt daarna naar Hoge Raad

De inspecteur gaat in hoger beroep bij het Hof en wordt door het Hof in het gelijk gesteld. Anne gaat vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad. Die kijkt dan naar hoe het Hof de wet heeft toegepast in dit geval. De Hoge Raad is uiteindelijk van mening dat het actieve ondernemingsvermogen van Dikhout Ltd. wel mag worden toegerekend aan het vermogen van Van Grunsven BV, bij de bepaling of Van Grunsven BV ondernemingsvermogen heeft. De normale regels van vermogensetikettering mogen daarbij dus toegepast worden. Daardoor mag de BOR worden toegepast op zowel het tot de nalatenschap van Hans behorende (directe) aandelenbelang in Van Grunsven BV, maar ook op het (indirecte) aandelenbelang in Dikhout Ltd. Kortom, ook een schenking of vererving van kleine (indirecte) aandelenbelangen kan dus fiscaal zeer voordelig zijn!

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor de praktijk betekent het dat er door deze uitspraak meer ondernemers of bedrijfsopvolgers van de belastingvrijstellingen van de BOR gebruik kunnen maken. Een positieve ontwikkeling voor ondernemend Nederland!

Heb je vragen hierover? Bel 035-5447273 of mail naar info@fiscalistencooperatie.nl.

Het grijze gebied van de zzp’er: ondernemer of werknemer?

Als zzp’er heb je klanten, je regelt je eigen zaken en je hebt geen baas. Toch kan het voorkomen dat de fiscus jouw ondernemerschap ter discussie stelt en je als werknemer kwalificeert. Dit komt doordat de zzp’er nergens letterlijk in de belastingwetten voorkomt en hij of zij zich dus in een grijs gebied bevindt. Lees verder of neem contact op met Fiscalisten Coöperatie als je hier meer over wilt weten.

Ondernemer of werknemer?

Je bent volgens de wet ondernemer als er sprake is van zelfstandigheid bij de inrichting van je werkzaamheden en bij de uitvoering hiervan. Het is van belang dat:

  • de werkzaamheden voor eigen risico worden verricht,
  • je als ondernemer winst beoogt en deze winst redelijkerwijs ook te verwachten is,
  • je als ondernemer streeft naar meerdere opdrachtgevers om je onafhankelijkheid te waarborgen.

Een werknemer is daarentegen iemand die in dienstbetrekking werkzaam is. Volgens de wet is er sprake van een dienstbetrekking als:

  • de werknemer loon ontvangt als vergoeding voor zijn of haar werkzaamheden,
  • de werknemer verplicht is om die werkzaamheden persoonlijk te verrichten,
  • de werkgever een gezagsverhouding heeft ten opzichte van de werknemer.

Over de eerste twee voorwaarden is relatief weinig onenigheid met de Belastingdienst. Over de derde voorwaarde is doorgaans vaker discussie. Een opdrachtnemer kan namelijk al snel in een gezagsverhouding staan ten opzichte van een opdrachtgever.

Gezagsverhouding tussen werknemer en werkgever

In de jurisprudentie zien we dat het voor het begrip gezagsverhouding voldoende is dat de opdrachtgever aanwijzingen kan geven. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, doet er niet toe. Ook maakt het niet uit of de aanwijzingen door de opdrachtgever zelf worden gegeven of dat de opdrachtgever dat aan een ander overlaat. Een gezagsverhouding kan blijken uit:

  • opdrachten en aanwijzingen over werktijden,
  • toezicht en controle op productie (output),
  • voorschriften over representativiteit,
  • voorschriften over omgang met klanten,
  • bedrijfskledingvoorschriften.

In sommige gevallen werkt de opdrachtnemer eerst in dienstbetrekking, en later onder overeenkomstige voorwaarden als zzp’er voor de opdrachtgever. Als het om dezelfde soort werkzaamheden gaat, kan er volgens de Belastingdienst nog steeds sprake zijn van een dienstbetrekking. Een kleine afwijking ten opzichte van de arbeidsvoorwaarden is dus niet per se voldoende om door de Belastingdienst als ondernemer gekenmerkt te worden.

Afbakening van het ondernemerschap

Een goede afbakening van het ondernemerschap is van groot belang om als zzp’er niet als werknemer aangemerkt te worden. Een VAR-verklaring is bijvoorbeeld een aanknopingspunt voor de Belastingdienst om aan te nemen dat iemand een ondernemer is. Met een VAR-verklaring toon je aan dat je minimaal drie opdrachtgevers hebt. De opdrachtgever wordt met een VAR-verklaring ‘gevrijwaard’ van loonbelastingverplichtingen en salarisadministratie. Deze verklaring biedt verder geen zekerheid, aangezien de Belastingdienst bij misbruik gemakkelijk van haar standpunt kan afwijken. Steeds moet de zzp’er kunnen aantonen dat hij of zij niet van één opdrachtgever afhankelijk is. Daarnaast wordt de VAR-verklaring in 2016 waarschijnlijk afgeschaft.

 

gratis consult BV

BV: Ja of Nee? Gratis consult in september!

Ben jij ondernemer en is je winst hoger dan € 90.000? Vraag dan een gratis fiscaal consult bij Fiscalisten Coöperatie aan in september via het contactformulier aan de rechterkant.

Waarom?
Ondernemers hebben tot eind september de mogelijkheid om hun ‘intentie’ bij de Belastingdienst vast te laten leggen, om met terugwerkende kracht – per 1 januari 2015 – een eenmanszaak om te zetten in een BV. De maand september is een fiscaal belangrijke maand om een prognose te doen van de winst over het jaar 2015. Het voordeel van een intentieverklaring is dat het achteraf mogelijk is om de winst in de BV te laten vloeien indien dit gunstig is. Een intentieverklaring verplicht je tot niets; je kunt wel duizenden euro’s aan belasting besparen.

Schroom dus niet en neem contact met ons op!

rechtsvorm, vof, bv, eenmanszaak, coöperatie

Welke rechtsvorm kies ik voor mijn onderneming?

Bij het opstarten van een onderneming komt veel kijken. Ook als je samen met een ander wilt ondernemen. Bijvoorbeeld welke rechtsvorm u voor uw onderneming kiest. Er zijn veel verschillende rechtsvormen die allemaal andere kenmerken hebben.

Welke rechtsvorm kies je?

De vijf meest voorkomende rechtsvormen zijn:

  1. Eenmanszaak
  2. VOF
  3. Maatschap
  4. BV
  5. Coöperatie

Lees verder om erachter te komen welke rechtsvorm het best bij uw bedrijf past.

  1. Eenmanszaak

Als u in uw eentje een onderneming beheert, dan is de onderneming een eenmanszaak. U kunt bij de rechtsvorm eenmanszaak wel personeel in dienst hebben. Zonder personeel bent u namelijk ZZP-er (zelfstandige zonder personeel). Verder kunt u in een eenmanszaak een bedrijf uitoefenen, maar ook een beroep, zoals huisarts of boekhouder. Een nadeel is wel dat de ondernemer volledig aansprakelijk is voor schulden van de onderneming.

Inkomstenbelasting
De eigenaar van de eenmanszaak betaalt over de behaalde winst inkomstenbelasting. De ondernemers kunnen recht hebben op belastingvoordelen.

BTW
Btw is relevant voor u als u deelneemt in het economisch verkeer en belaste prestaties verricht. U betaalt bijvoorbeeld geen btw als u goederen of diensten levert waarbij er sprake is van vrijstelling van btw.

Loonbelasting
Met personeel bent u verplicht loonadministratie bij te houden voor de loonbelasting

  1. VOF

Bent u van plan om samen met anderen een onderneming op te zetten, dan kunt u kiezen voor de rechtsvorm VOF (vennootschap zonder firma). Bij een VOF zijn alle vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele schulden. Dit betekent dat een schuldeiser het gehele bedrijfsvermogen kan aanspreken, maar ook het privévermogen van de vennoten afzonderlijk.

Inkomstenbelasting
Voor de inkomstenbelasting is iedere individuele vennoot belastingplichtig. De vennoten kunnen ook als ondernemer worden aangemerkt. Hierdoor hebben zij recht op de fiscale voordelen die voor ondernemers gelden.

BTW
Voor de btw is de VOF belastingplichtig en niet de vennoten afzonderlijk. Dit geldt alleen niet als de vennoten ook nog om een andere reden als ondernemer voor de btw moeten worden aangemerkt.

Loonbelasting
Als de VOF personeel in dienst neemt, dan is de VOF inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

  1. Maatschap

Vrije beroepsbeoefenaars die hun beroep samen willen uitoefenen onder gemeenschappelijke naam, kunnen dat doen in de rechtsvorm van een maatschap. In geval van een maatschap is iedereen voor gelijke delen aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid geldt voor het gehele individuele vermogen (dus inclusief het privévermogen).

Een bijzondere vorm is de stille maatschap. De beroepsuitoefening wordt hierbij niet onder gemeenschappelijke naam uitgeoefend. De stille maat voldoet niet per definitie aan de voorwaarden van het ondernemerschap, maar wel als:

  • hij rechtstreeks verbintenissen van de maatschap aangaat en zich zo verbindt;
  • er door de andere maten van de stille maatschap wel bevoegd wordt gehandeld namens de overige maten, en daardoor ook de stille maat met zekere regelmaat wordt verbonden voor verbintenissen van de maatschap.

Het zal voor de stille maat vooral moeilijk zijn om aan te tonen dat er sprake is geweest van een dergelijk bevoegd handelen. Met een volmacht kan dit probleem worden opgelost.

Inkomstenbelasting
De maten zijn zelfstandig belastingplichtig voor de inkomstenbelasting, net zoals bij een VOF. Meestal zal iedereen binnen de maatschap ook voldoen aan de criteria voor het ondernemerschap en dus recht hebben op ondernemersfaciliteiten.

BTW
Voor de btw is de maatschap belastingplichtig en niet iedereen afzonderlijk. Dit is wel het geval als iemand ook nog voor een andere reden als ondernemer voor de btw moeten worden aangemerkt.

Loonbelasting
Neemt de maatschap personeel in dienst, dan is de maatschap inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

  1. BV

De rechtsvorm BV (Besloten Vennootschap) is een zelfstandig rechtspersoon met eigenaren. De eigenaren zijn de aandeelhouders van de BV. De directeur die tevens eigenaar is van de BV, is in feite in loondienst én is aandeelhouder van de BV.

Een BV is voornamelijk geschikt voor ondernemers die een belastbare winst halen vanaf € 90.000 en hun risico willen beperken. Anders dan een eenmanszaak of VOF, is de BV aansprakelijk. Dit geldt niet in het geval van misbruik. Dan kan de directeur via een omweg alsnog aansprakelijk worden gesteld. Verder wordt een aandeelhouder als werknemer van zijn eigen bedrijf aangemerkt.

Vennootschapsbelasting
De vennootschapsbelasting kent een lager belastingtarief dan de inkomstenbelasting. Ook kan winst in de BV achterblijven. Daarmee is de BV (holding) in de praktijk zeer geschikt om te sparen voor de oudedag of voor andere beleggingen.

BTW
Voor de btw is de rechtsvorm BV zelf belastingplichtig en niet de aandeelhouder.

Loonbelasting
Neemt de BV personeel in dienst, dan is de BV inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

  1. Coöperatie

De rechtsvorm coöperatie is de laatste jaren vooral erg populair onder ZZP-ers die hun krachten willen bundelen. Een coöperatie is een zelfstandig rechtspersoon, net als een BV. Anders dan de BV heeft een coöperatie geen aandeelhouders, maar leden. Een coöperatie is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De aansprakelijkheid van de leden bij schulden kan bij de leden zijn beperkt of worden uitgesloten.

Bij een coöperatie zijn de leden zelfstandig ondernemer via een eenmanszaak of een BV. De fiscale kwalificatie van de leden kan fiscaal lastig zijn. De leden kunnen namelijk als zelfstandige ondernemer óf als werknemer worden aangemerkt. Het hangt af van de statuten, het inkomen van de leden en de mate van afhankelijkheid of de Belastingdienst de leden als werknemer of ondernemer wil aanmerken. Met een van de partners van Fiscalisten Coöperatie – Coöperatie Expert – is een zogenoemd stroomschema ontwikkeld om een startende coöperatie en haar leden te begeleiden.

Vennootschapsbelasting
Voor de inkomstenbelasting kan een lid worden aangemerkt als zelfstandig ondernemer (eenmanszaak) of als directeur-grootaandeelhouder indien het lid participeert in de BV-vorm. De leden kunnen als ondernemer worden aangemerkt, waardoor zij recht hebben op de fiscale ondernemersfaciliteiten. Bij een BV-rechtsvorm heeft het lid geen recht op fiscale ondernemersfaciliteiten maar heeft hij een gunstig belastingtarief (interessant bij een omzet vanaf € 90.000).

BTW
Voor de btw zijn de coöperatie en de leden afzonderlijk belastingplichtig.

Loonbelasting
Neemt de coöperatie personeel in dienst, dan is de coöperatie inhoudingsplichtig voor de loonbelasting.

Een verhelderend overzicht van de verschillende rechtsvormen vindt u hier:

  Aansprakelijkheid Belastingplichtig BTW Loonbelasting
Eenmanszaak Eigenaar hoofdelijk aansprakelijk (incl. privévermogen) Eigenaar Onderneming Ja, indien personeel in dienst
VOF Vennoten hoofdelijk aansprakelijk (incl. privévermogen) Individuele vennoot VOF
MAATSCHAP Maten Individuele maat Maatschap
BV BV BV BV
COOPERATIE Beperkt of uitgesloten Coöperatie & leden afzonderlijk Coöperatie & leden afzonderlijk

Heb je vragen over het kiezen van een rechtsvorm? Neem dan contact op met een onze fiscalisten via info@fiscalistencooperatie.nl

BV

De vier redenen om uw bedrijf om te zetten in een BV

Van ondernemers krijgen wij vaak de vraag of zij hun eenmanszaak (IB-onderneming) niet beter kunnen omzetten in een BV. Het antwoord: het hangt er volledig van af welke rechtsvorm het beste bij het bedrijf past en ook welke afwegingen de ondernemer zelf maakt. Op basis van onze ervaring uit de praktijk, bespreken we hieronder de vier belangrijkste afwegingen.

  1. Belasting besparen

Hoe hoger de fiscale winst, hoe aantrekkelijker het is om een BV op te zetten. De fiscale winst bestaat strikt gezegd uit alle opbrengsten minus alle kosten uit de onderneming. Een hogere winst leidt in de inkomstenbelasting tot een hoger belastingtarief.

  • Bij een eenmanszaak loopt de inkomstenbelasting op tot maximaal 52%.
  • Bij een BV loopt de vennootschapsbelasting op tot maximaal 20-25%.

Er zijn twee nuanceringen in dit verhaal.

  1. Voor de inkomstenbelasting bij een eenmanszaak kunnen ondernemers gebruik maken van de mkb-winstvrijstelling. In 2015 is de vrijstelling 14% van de winst. Van de winst moet je dan wel eerst het bedrag van de ondernemersaftrek aftrekken. Van het verschil wordt 14% extra vrijgesteld van belastingheffing.
  1. Bij een BV ontvangt de directeur een salaris. Daarnaast kan de directeur – als aandeelhouder –  een dividenduitkering ontvangen. Een dividenduitkering aan privé wordt belast met 25%.

In het algemeen geldt dat bij winsten vanaf 90.000 euro het opzetten van een BV interessant is. Indien een ondernemer een winst haalt rond bovenvermeld bedrag, dan geven vaak de privé situatie en andere argumenten – die hieronder volgen – de doorslag om een BV op te zetten. Hoe hoger de winst hoe meer voordeel.

  1. Aansprakelijkheid beperken

Een ondernemer met een eenmanszaak welke geen BV is, is privé aansprakelijk voor alle schulden. Een BV daarentegen is een zogenaamd ‘zelfstandig bevoegd rechtspersoon’, de BV is dan ook aansprakelijk voor alle schulden. Behalve als de ondernemer misbruik maakt van zijn of haar positie, in dat geval kan hij of zij via een omweg alsnog aansprakelijk gesteld worden.

Ondernemers met meer bedrijfsrisico kiezen vaak voor een BV, zodat hun privévermogen beter beschermd is.

  1. Flexibele oudedagvoorziening opzetten

In de praktijk adviseren wij onze cliënten niet meer om hun oudedagspensioen in eigen beheer op te bouwen. De meeste ondernemers willen steeds meer en meer flexibel zijn met hun bedrijfskapitaal. Dit is niet mogelijk als er jaarlijks een pensioendonatie gedaan wordt ten laste van de winst.

Als voorbeeld hebben we in praktijk een ondernemer (BV) begeleid die geen dividenduitkering aan zichzelf mocht doen om een plezierboot te kopen, aangezien de BV van de Belastingdienst voldoende kapitaal in kas moest hebben om levenslang pensioen uit te kunnen keren.

Tegenwoordig willen ondernemers daarom ook flexibel zijn en vrij zijn om dividenduitkeringen te doen. We merken dat er de laatste jaren steeds minder voorkeur is voor het opbouwen van ‘beclaimde’ reserves voor de toekomst. Als alternatief kan in de BV vrij vermogen worden opgebouwd waarmee bijvoorbeeld de eigenwoning hypotheek wordt overgenomen. Aftrekbare hypotheek betalen aan je eigen BV is financieel veel aantrekkelijker dan aan een bank.

  1. Continuïteit van de onderneming versimpelen

Ook is het overdragen van een BV aan je kind of een ander makkelijker dan het overdragen van een zelfstandige IB-onderneming. Aandelen overdragen is namelijk simpeler dan activa-passiva transacties (bestaande leningen, voorzieningen voor uitgestelde opbrengsten en uitgaven, schulden) overdragen.

Via een holdingstructuur kan ook een eventuele acute belastingclaim makkelijker worden doorgeschoven naar de toekomst. Dit geeft meer tijd en ruimte om zaken voor elkaar te krijgen.

Financieel, én wat betreft rechten en plichten, kan het dus raadzaam zijn om van tevoren al na te denken over de vorm die de onderneming aan kan nemen. Een holdingstructuur (met BV’s) werkt bijvoorbeeld ook uitstekend als er veel samengewerkt moet worden tussen partijen.

Bent u benieuwd welke structuur het beste bij uw situatie past? Of heeft u verder nog vragen? Neem dan gerust contact op met een van onze fiscalisten.

Auteur:
mr. Cor van Erk
cjvanerk@fiscalistencooperatie.nl
+31624624856

mr. Eva Meex over Bedrijfsoverdracht

U bent van plan om uw bedrijf over te dragen aan een opvolger. Er zijn fiscaal gunstige mogelijkheden!

Bij een bedrijfsoverdracht zal de Belastingdienst in beginsel met u willen afrekenen over de stakingswinst. De stakingswinst wordt gevormd door de in de onderneming aanwezige stille reserves en goodwill (de meerwaarden van de onderneming). Ook over de eventueel aanwezige oudedagsreserve moet u afrekenen (behalve als de oudedagsreserve wordt over genomen door de opvolger, maar dit kan risicovol zijn). Deze directe afrekening over de stakingswinst is belast met inkomstenbelasting in Box 1, tegen het progressieve tarief van maximaal 52%. Er is wel een aantal fiscale faciliteiten van toepassing op de stakingswinst, waardoor deze iets verminderd wordt, bijvoorbeeld door toepassing van de stakingsaftrek en/of de lijfrentepremieaftrek. Ook is (rentedragend) uitstel van betaling mogelijk voor de vastgestelde inkomstenbelastingclaim.

Ondanks die regelingen kan de verplichte afrekening voor moeilijkheden zorgen als de opvolger de koopsom niet daadwerkelijk betaalt, maar schuldig blijft. Er zijn dan geen financiële middelen om de verschuldigde inkomstenbelasting te betalen. Een mogelijke oplossing kan zijn om de onderneming fiscaal geruisloos over te dragen. Daarmee wordt belastingheffing uitgesteld naar de toekomst. Aan bovenvermelde faciliteit zijn wel enige voorwaarden verbonden. Vaak zijn het familiebedrijven die van deze regeling gebruik maken.

Geruisloze doorschuiving
Bij ‘geruisloze doorschuiving’ gaat de onderneming of een gedeelte daarvan over van de overdrager naar de opvolger zonder directe fiscale afrekening over de meerwaarden van de onderneming. De Belastingdienst wil er echter wel zeker van zijn dat de inkomstenbelastingclaim op de aanwezige meerwaarden behouden blijft. Bij geruisloze doorschuiving wordt er daarom gedaan alsof de onderneming niet is gestaakt. De opvolger treedt in de plaats van de overdrager. Dit houdt in dat de opvolger begint met een openingsbalans die dezelfde boekwaarden heeft als die de overdrager aanhield. Aangezien er dan geen stakingswinst te bekennen is, blijven de meerwaarden nog onbelast. De belastingheffing over de meerwaarden (zijnde het verschil tussen boekwaarden en werkelijke waarden) wordt uitgesteld naar het moment dat er wel een stakingswinst te constateren valt.

De geruisloze doorschuiving is vooral vanuit fiscaal oogpunt interessant. De opvolger zal immers wel een reële overdrachtsprijs (werkelijke waarde van de onderneming) moeten betalen aan de overdrager. Wordt de onderneming voor een te lage waarde overgedragen, dan zou er een schenking kunnen worden geconstateerd, die belast is met schenkbelasting. Wel mag er bij het bepalen van de overdrachtsprijs rekening worden gehouden met de doorgeschoven inkomstenbelastingclaim die op de onderneming rust. Die claim wordt in de praktijk veelal vastgesteld op 20% van de meerwaarden van de onderneming.

Om gebruik te kunnen maken van de geruisloze doorschuiving moet een verzoek aan de inspecteur worden gedaan.

Als de overdrager een gedeelte van zijn onderneming overdraagt en daarnaast activa (bijvoorbeeld het  bedrijfspand) naar zijn privévermogen overbrengt, moet over het verschil tussen de boekwaarden en de werkelijke waarden van die activa wel worden afgerekend.

  1. Doorschuiving naar ondernemers of werknemers

Doorschuiving van de onderneming aan een werknemer is fiscaal toegestaan. Voorwaarde is wel dat deze werknemer voorafgaand aan de overdracht minimaal drie jaar werkzaam is geweest in de onderneming. Uw kind zou bijvoorbeeld ook voor enkele uren per maand in dienst kunnen komen van de onderneming,  met het oog op opvolging in de toekomst.

De driejaarstermijn geldt overigens ook opvolgende ondernemers. De opvolgende ondernemer moet gedurende drie jaar als ondernemer in het bedrijf van de overdragende ondernemer hebben gewerkt, bijvoorbeeld als vennoot in een Vof of maat in een maatschap.

Is de opvolger eerst werkzaam geweest als werknemer en daarna als ondernemer binnen een samenwerkingsverband, voor perioden korter dan drie jaar, dan mogen voor die perioden bij elkaar opgeteld worden voor de driejaarstermijn.

Doet zich een bijzondere onvoorziene situatie voor waardoor de driejaarstermijn niet gehaald wordt, bijvoorbeeld bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of overlijden van de overdrager, dan geldt een soepele regeling.

 

  1. Doorschuiving na overlijden van de ondernemer

Bij overlijden van de ondernemer kan de onderneming zonder acute heffing van inkomstenbelasting overgaan naar de erfgenamen, onder de voorwaarde dat deze erfgenamen de onderneming voortzetten.

Nadelen van doorschuiving

  • De stakingsaftrek vervalt voor de overdrager.
  • Bij doorschuiving zal de opvolger vaak beginnen met een negatief eigen vermogen, doordat hij de overdrachtsprijs (werkelijke waarde) heeft moeten lenen en deze schuld verplicht ondernemingsvermogen is. Aangezien de opvolger de onderneming fiscaal heeft overgenomen op boekwaarden, zal het eigen vermogen door de hogere schuld negatief kunnen worden. De opvolger kan bij een negatief eigen vermogen geen oudedagsreserve opbouwen.
  • Omdat de opvolger met lage fiscale boekwaarden moet beginnen kan hij minder afschrijven en behaalt hij bij verkoop van een bedrijfsmiddel een hogere boekwinst. Voor de overgenomen bedrijfsmiddelen heeft de opvolger geen recht op investeringsaftrek.

 

Gevolgen voor omzetbelasting en overdrachtsbelasting

  • Omzetbelasting: bij overdracht van een gehele onderneming of een zelfstandig deel van de onderneming kan een vrijstelling worden verkregen;
  • Overdrachtsbelasting: bij een bedrijfsoverdracht aan (klein)kinderen, broers, zussen of hun echtgenoten kan een vrijstelling voor alle bedrijfsonroerende zaken, met uitzondering de woning. Verder is de inbreng van onroerende zaken in een samenwerkingsverband (maatschap, vof, cv) ook vrij van overdrachtsbelasting.

Heeft u vragen over bedrijfsopvolging? Neem dan contact met ons op!